In de recente regelgeving zitten een paar opvallende veranderingen die dichter bij het dagelijkse leven staan dan ze op het eerste gezicht lijken. Sommige maatregelen gaan over inkomen en werkzekerheid, andere over hoe overheden en hulpdiensten samenwerken bij zware crisissen, en weer andere over kinderopvang, zorgverlening en praktische administratie bij de dierenarts. Hieronder leggen we de belangrijkste wijzigingen helder uit: wat verandert er, waarom gebeurt het, en wat merk jij ervan in de praktijk?
Meer duidelijkheid (en kleine bijsturingen) rond aanvullende vergoeding voor oudere werknemers
Voor oudere werknemers bestaan er in België systemen die de overgang naar het pensioen kunnen verzachten wanneer werken moeilijker wordt of wanneer iemand zijn job verliest. In dit pakket zien we vooral bijsturingen die de berekening en het bedrag van aanvullende vergoedingen verfijnen.
Enerzijds is er een aanpassing voor de aanvullende vergoeding bij ontslag voor sommige oudere werknemers: vanaf 1 januari 2026 wordt een herwaarderingscoëfficiënt toegepast (1,0028) op zowel het begrensde brutomaandloon dat meetelt voor het nettoreferentieloon als op het bedrag van de aanvullende vergoedingen. Er staat ook een praktische regel bij: de aanpassing gebeurt ‘pro rata temporis’ (dus afhankelijk van de periode/maanden waarop je loonbasis slaat), met verschillende coëfficiënten naargelang welke maanden in 2025 als basis dienen. In gewone mensentaal: het gaat om een beperkte, maar gerichte correctie die moet zorgen dat de berekening aansluit bij recente loonrealiteit, zonder alles voor iedereen identiek te maken.
Daarnaast zie je in sectorale afspraken dat landingsbanen (minder werken richting pensioen) gekoppeld blijven aan een aanvullende maandvergoeding uit een fonds, met concrete bedragen die eerder al werden opgetrokken vanaf 1 oktober 2023. Belangrijk is ook dat er leeftijdsgrenzen zijn en dat sommige rechten afhangen van voorwaarden (zoals het opnemen van een landingsbaan) en blijven lopen tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Voor werknemers betekent dit vooral: wie plannen maakt om minder te werken of wie onverwacht ontslagen wordt op latere leeftijd, doet er goed aan om na te gaan welke aanvullende vergoeding in zijn/haar situatie geldt en of er een indexering/correctie speelt.
Context: België werkt al decennialang met aanvullende vergoedingen bovenop werkloosheidsuitkeringen in specifieke situaties. In vergelijking met landen waar het vangnet vooral via één algemene uitkering loopt, is het Belgische systeem vaak ‘gelaagder’: algemene regels, aangevuld met sector- of cao-afspraken. Dat maakt het soms complex, maar het laat ook toe om gerichter bij te sturen wanneer lonen en loopbanen veranderen.
Meer lezen:
- Gecoördineerde versie CAO nr. 17: herwaarderingscoëfficiënt 1,0028 vanaf 1 januari 2026 op aanvullende vergoeding oudere werknemers bij ontslag, pro rata tempo…
- CAO nr. 17/44 van 16 december 2025: invoering coëfficiënt 1,0028 en pro rata aanpassing aanvullende vergoedingen SWT oudere werknemers
- Tabel CAO-bedragen na indexatie 01/01/2026: grensbedragen aanvullende vergoeding oudere werknemers halvering arbeidsprestaties (landingsbaan) met coëfficiënt 1…
Crisisaanpak bij terrorisme hertekend: één plan met extra ‘CBRN’-laag, en twee oude plannen verdwijnen
Bij crisissen telt vooral één ding: iedereen moet weten wie wat doet, en snel. Daarom is het belangrijk dat noodplannen logisch opgebouwd zijn en op elkaar aansluiten. De aangepaste aanpak rond terroristische aanslagen (ook met chemische, biologische, radiologische of nucleaire middelen) vertrekt vanuit dat idee.
Concreet worden twee oudere federale noodplannen opgeheven. Het gaat om het noodplan over terroristische gijzelneming of aanslag (vastgesteld in 2020) én het aparte plan dat specifiek ging over criminele incidenten/terroristische aanslagen met chemische, biologische, radiologische en nucleaire agentia (CBRNe) uit 2018. In de plaats daarvan komt een aanpak die uitgaat van één breder en gekend terrorisme-noodplan, met een extra ‘CBRN’-nota/uitbreiding voor situaties waarin zulke gevaarlijke stoffen (al dan niet met explosieven) een rol kunnen spelen.
Wat betekent dat praktisch? Een belangrijk onderdeel is dat het Nationaal Crisiscentrum een operationele doctrine moet coördineren: duidelijke richtlijnen voor hoe verschillende interventiediensten (brandweer, medische hulp, politie, defensie en gespecialiseerde instanties) samenwerken bij een CBRN-terreurdreiging of -aanslag. Ook provinciegouverneurs (en Brussel) moeten een bijlage uitwerken voor het risico op een CBRN-aanslag en die tegen eind 2026 ter goedkeuring voorleggen.
Voor burgers verandert je dagelijks leven hierdoor niet meteen, maar het kan wél impact hebben op hoe snel en eenduidig er wordt opgetreden bij grote incidenten: denk aan communicatie, evacuatie, afbakening van zones, meet- en evaluatieteams, en de samenwerking tussen disciplines. Contextueel past dit in een bredere Europese evolutie waarbij noodplanning steeds meer ‘all hazards’ wordt: minder losse plannen per scenario, meer één structuur die kan opschalen naargelang de dreiging (zeker omdat je in de beginfase vaak nog niet weet met welk type aanval je te maken hebt).
Kleuteropvang: kwaliteitslabel verdwijnt, focus verschuift naar lokaal beleid en toegankelijkheid
In de kinderopvang en buitenschoolse opvang zoeken overheden al langer naar een evenwicht tussen kwaliteit, duidelijkheid voor ouders en haalbaarheid voor organisatoren. In deze wijziging wordt het kwaliteitslabel voor organisatoren van kleuteropvang uiteindelijk afgeschaft, met een duidelijk tijdspad.
Eerst wordt de overgangsperiode bijgestuurd: waar eerder sprake was van ‘vier jaar’, wordt dat concreet gemaakt als een overgangsperiode tot en met 31 augustus 2026. Daarna volgt de echte knoop: het besluit dat het kwaliteitslabel voor kleuteropvang regelde, wordt opgeheven. De opheffing zelf treedt in werking op 1 september 2026, terwijl de rest van het nieuwe besluit terugwerkt tot 1 januari 2026.
Tegelijk wordt het kader rond buitenschoolse opvang en activiteiten aangepast. De Vlaamse beleidsprioriteiten worden explicieter: lokale besturen krijgen een duidelijke regierol met doelen zoals een geïntegreerd aanbod (met ook aandacht voor Nederlands), het organiseren van samenwerking, erkenning/toezicht/handhaving van lokaal aanbod, en extra aandacht voor toegankelijkheid (met nadruk op kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte). Ook komt er een lokaal erkenningskader voor aanbod dat nog niet via andere regels erkend is, en worden minimumeisen beschreven voor klachtenbehandeling en periodieke evaluatie.
Wat merken ouders en organisatoren? Ouders zullen hopelijk meer uniformiteit zien in hoe het aanbod lokaal wordt georganiseerd en opgevolgd, maar het kan ook betekenen dat de ‘kwaliteitstaal’ verschuift: minder via een apart label, meer via erkenning, toezicht en lokale afspraken. Voor organisatoren kan dit administratief lichter worden (geen apart labeltraject), maar tegelijk strenger of duidelijker via lokale erkennings- en evaluatieregels. Context: in verschillende landen zie je dezelfde beweging—kwaliteit borgen via toezicht en basisnormen, terwijl lokale besturen meer sturen op toegankelijkheid en samenwerking tussen opvang, school en vrije tijd.
Meer lezen:
- Snelinfo: Uitrol decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (Opgroeien, 23/01/2026) - Wijzigingsbesluit BOA heft kwaliteitslabel kleuteropvang op per 1/09/2…
- Brochure kwaliteitslabel kleuteropvang (Opgroeien, 03/12/2025) - Bevestigt stopzetting label tot 31/08/2026, opheffing 1/09/2026, verschuiving naar lokaal erke…
- Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang - Officieel besluit, overgangsperiode tot 31/08/2026…
‘SOS kinderen’-teams: nieuwe loon- en loopbaanafspraken in de non-profit moeten hulpverlening ondersteunen
Teams die met kinderen in moeilijke situaties werken (zoals de ‘SOS enfants’-teams) staan onder druk: de noden zijn groot, en het is niet altijd eenvoudig om voldoende mensen aan te trekken en te houden. Daarom zijn er in de non-profitsector afspraken gemaakt over loon- en loopbaanvoorwaarden, gekoppeld aan een ruimer sectoraal raamakkoord.
De nieuwe sectorafspraak vervangt een eerdere overeenkomst uit 2023, maar werkt terug vanaf 1 januari 2025—op voorwaarde dat de voordelen effectief worden toegekend door de subsidiërende overheid. Er staat ook een praktische bepaling in over de regularisatie van lonen voor de eerste maanden van 2025: die moet gebeuren uiterlijk met de loonbetaling van de tweede maand die volgt op de vrijgave van de subsidies. Dat is belangrijk omdat het voor werknemers het verschil kan maken tussen ‘op papier’ en ‘op de rekening’.
In de bijlage zijn loonschalen opgenomen met bedragen gekoppeld aan anciënniteit en parameters (zoals spilindex). Dat is op zichzelf technisch, maar de kern is simpel: de sector probeert loon- en carrièreafspraken te actualiseren zodat functies in deze hulpverlening aantrekkelijker en stabieler worden.
Wat betekent dat voor het brede publiek? Indirect kan dit de toegankelijkheid en continuïteit van hulpverlening beïnvloeden. Als teams makkelijker personeel kunnen behouden, dalen wachttijden en gaat minder expertise verloren. Context: veel Europese landen worstelen met dezelfde uitdaging in zorg en welzijn: zonder competitieve arbeidsvoorwaarden wordt de kwaliteit van dienstverlening snel een personeelsprobleem. Deze maatregel is dus niet alleen ‘loonbeleid’, maar ook een stukje kwaliteitsbeleid in de jeugdhulp en preventie.
Meer lezen:
- Recueil de CCT CP 332.02 - Nieuwe sectorafspraak van 15 april 2025 voor équipes SOS enfants: loonrevalorisation, loonschalen met anciënniteit en spilindex, ter…
- Recueil de CCT CP 332.01 - Uitvoering raamakkoord non-profit kinderopvang (incl. SOS-Enfants): loon- en loopbaanafspraken 2025, barèmes met anciënniteit, regul…
- CCT 20-12-2022 PC 332: Octroi éco-chèques voor SOS-Enfants teams in non-profit, gekoppeld aan subsidies (verwijst naar non-marchand akkoord)
Parken en tuinen: extra sectorbijdrage om kansen te vergroten voor mensen met een moeilijke positie op de arbeidsmarkt
In de sector van het aanleggen en onderhouden van parken en tuinen komt er een extra ‘sectorpotje’ bij, met een duidelijke maatschappelijke bedoeling. Werkgevers en werknemers spreken af om vanaf 1 juli 2025 een bijkomende inspanning te leveren van 0,20% op het volledige loon. Die bijdrage wordt geïnd via de RSZ en doorgestort naar het Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen.
De afspraak legt ook vast waar het geld bij voorkeur naartoe gaat: ondersteuning van doelgroepen zoals langdurig werklozen, laaggeschoolde werklozen, mensen met een handicap, deeltijds leerplichtigen, herintreders, mensen met leefloon, laaggeschoolde werknemers en mensen met een migratieachtergrond. Het fonds beheert die opbrengst afzonderlijk, en de raad van bestuur bepaalt welke begeleidende maatregelen nodig zijn en hoe ze worden uitgevoerd. De regeling loopt tot 30 juni 2027.
Voor werknemers en werkzoekenden kan dit concreet betekenen: meer kansen op opleiding, begeleiding naar werk, of steun bij aanwerving in een sector waar werk vaak praktisch en fysiek is en instroom belangrijk blijft. Voor werkgevers is het een collectieve manier om aan talent en instroom te werken, in plaats van elk bedrijf apart.
Context: sectorfondsen en sectorbijdragen zijn typisch voor het Belgische overlegmodel. In andere landen wordt activering vaker rechtstreeks via de overheid georganiseerd; hier zie je dat sectoren zelf ook budget vrijmaken om knelpunten op te lossen, dichter bij de realiteit van de werkvloer.
Meer lezen:
- pc 145 04 parken en tuinen (hetacv.be)
- Archive%20Arbeidersite%20 %202024%20.pdf (daikin.eu)
- fluvius system operator jaarverslag 2024.pdf (fluvius.be)
Dierenartsadministratie verandert: nieuwe modellen voor documenten en voorschriften, met langere geldigheid
Wie een diergeneesmiddel nodig heeft—voor een huisdier of in de veehouderij—merkt dat er heel wat administratie bij komt kijken. Om dat praktisch te stroomlijnen, is het model van bepaalde dierenartsdocumenten en het diergeneeskundig voorschrift aangepast.
De wijziging past het ministerieel besluit aan dat het model vastlegt van het toedienings- en verschaffingsdocument en het model van het diergeneeskundig voorschrift. Twee punten springen eruit. Ten eerste worden verwijzingen naar de bijlagen in het besluit aangepast (de nummering wijzigt). Ten tweede wordt een termijn verlengd: waar eerder sprake was van “zes maanden”, wordt dat “één jaar”. Het besluit werkt bovendien terug met ingang van 13 september 2024.
Wat betekent dit voor diereneigenaars en landbouwers? Minder snel vernieuwen en minder ‘paperwork’ kan het leven eenvoudiger maken—op voorwaarde dat het nog altijd veilig en controleerbaar blijft. Voor dierenartsen kan het zorgen voor een vlottere opvolging en minder herhaalbezoeken puur omwille van administratieve termijnen.
Context: deze aanpassing sluit aan bij een bredere Europese evolutie rond diergeneesmiddelen (met nadruk op correct gebruik en traceerbaarheid, onder meer om problemen zoals resistentie te beperken). Tegelijk probeert men de uitvoering werkbaar te houden voor wie dagelijks met dierenzorg bezig is.
Meer lezen:
- dl leaflet pdf (netcomm.be)
- lijst van de verplichte verzekeringen (fsma.be)
- Brief Herman Claeys.docx (veda.vlaanderen)
Vezelcementsector: extra nadruk op opleiding voor risicogroepen om inzetbaarheid te verhogen
In sectoren waar het werk specialistisch of fysiek belastend kan zijn, is opleiding een sleutel om mensen aan boord te houden en nieuwe instroom mogelijk te maken. In de vezelcementsector is een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend verklaard die inzet op opleiding en vorming ten voordele van risicogroepen.
De overeenkomst geldt voor werkgevers en arbeiders in ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor de vezelcement vallen. De kernboodschap is: er komen afspraken op sectorniveau om opleiding en vorming te organiseren met aandacht voor groepen die een groter risico lopen om uit de boot te vallen op de arbeidsmarkt.
Wat is het effect voor werknemers? Meer kansen om bij te leren, door te groeien of zich te heroriënteren binnen de sector. Zeker in sectoren waar technologie, veiligheid en werkmethodes evolueren, kan bijscholing het verschil maken tussen werk behouden of uitvallen. Voor werkgevers helpt dit om competenties op peil te houden en vacatures ingevuld te krijgen.
Context: het idee van ‘risicogroepen’ en opleidingsinspanningen via cao’s zie je in verschillende Belgische sectoren terug. Het is een manier om arbeidsmarktbeleid concreet te maken op het niveau waar de noden het best zichtbaar zijn: de sector zelf.
Meer lezen:
- doc11 88.pdf (ccecrb.fgov.be)
- koninklijk besluit van 15 april 2018 n2017206479.html (etaamb.openjustice.be)
- caobundel absu 2023 2024.pdf (aclvb.be)
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 06/03/2026 om 12:22