In de recente regelgeving vallen drie opvallende wijzigingen op die heel concreet doorwerken in het dagelijkse leven. Twee ervan gaan over schuldeninvordering: voor bepaalde “basisfacturen” worden sommige deurwaardersstappen goedkoper en er is een solidariteitsmechanisme voorzien om die korting haalbaar te houden. Tegelijk heeft het Grondwettelijk Hof grenzen getrokken over hoe de overheid de details van dat solidariteitsfonds mag vastleggen, met een overgangsperiode tot uiterlijk 31 juli 2026. Daarnaast is er ook nieuws voor werknemers en werkgevers in de drukkerij-, grafische kunst- en dagbladsector: er komt een verplichte sectorbijdrage om opleiding en tewerkstelling (vooral voor risicogroepen) extra te ondersteunen.
Goedkopere deurwaarderskosten bij invordering van ‘basisfacturen’ (energie, water, telecom)
Wanneer iemand achterop raakt met betalingen voor basisvoorzieningen zoals elektriciteit, gas, water of telecom, kan de schuld uiteindelijk in een formeel invorderingstraject belanden. Een belangrijke wijziging is dat bepaalde deurwaardersakten die te maken hebben met dit soort vorderingen voortaan aan het goedkoopste tarief worden aangerekend (klasse A). Daardoor wordt de stap naar formele invordering minder duur, net bij schulden die vaak ontstaan uit noodzakelijke uitgaven.
Het idee hierachter is dubbel. Enerzijds wil men vermijden dat bijkomende kosten mensen nog dieper in de problemen duwen bij “onvermijdbare” schulden. Anderzijds wil men ook het risico beperken dat de invorderingskosten zélf de schuld disproportioneel doen oplopen.
Wat betekent dit voor het publiek? Als je te maken krijgt met een invordering rond deze basisfacturen, kan de factuur voor bepaalde deurwaardersstappen lager uitvallen dan vroeger. Dat maakt het eenvoudiger om tot een regeling te komen en vermindert de kans dat kosten zich opstapelen bovenop de oorspronkelijke schuld.
Belangrijk om te weten: er is daarnaast ook een solidariteitsmechanisme voorzien binnen de beroepsgroep van gerechtsdeurwaarders, zodat de lasten van die tariefverlaging niet onevenredig bij bepaalde kantoren terechtkomen. Het solidariteitsfonds is net mee opgezet om de toepassing van het lagere tarief voor deze specifieke vorderingen werkbaar te houden.
Meer lezen:
- Justitie: Nieuwe regels en tarieven voor gerechtsdeurwaarders moeten schuldenspiraal helpen doorbreken (09/05/2024)
- Nieuwe tarieven voor gerechtsdeurwaarders vanaf 1 oktober 2024 (Test Aankoop)
- Officiële tariefchecker NKGB: Klasse A voor basisfacturen energie, gas, water, telecom
Grondwettelijk Hof: overheid mag niet onbeperkt de spelregels van het solidariteitsfonds bepalen (overgang tot 31 juli 2026)
Naast de verlaging van bepaalde tarieven werd een Solidariteitsfonds bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders opgericht. Dat fonds is bedoeld om gerechtsdeurwaarders te ondersteunen zodat zij het (lagere) tarief kunnen toepassen voor de door de overheid aangeduide types vorderingen en procedures.
Het Grondwettelijk Hof heeft echter begrensd hoe ver de overheid mag gaan in het rechtstreeks vastleggen van sommige details. Concreet werd een onderdeel vernietigd omdat het de minister van Justitie te rechtstreeks machtigde om te bepalen welk deel van de aktekost precies via het fonds kan worden gedragen, voor welke handelingen een tussenkomst kan worden gevraagd, én hoeveel de gerechtsdeurwaarders per betekende akte aan het fonds moeten bijdragen.
Tegelijk is er een belangrijke praktische nuance: om geen plotse chaos of onzekerheid te creëren, blijven de gevolgen van de vernietigde bepaling behouden tot uiterlijk 31 juli 2026. Dat is een overgangsperiode waarin de regels kunnen worden bijgestuurd of herwerkt.
Wat betekent dit voor burgers en gezinnen? Op korte termijn verandert er mogelijk weinig in wat je in een lopend traject merkt, omdat de bestaande regeling nog tijdelijk doorwerkt. Maar op middellange termijn kan de precieze invulling van ‘hoe groot de korting is’ of ‘wanneer het fonds precies tussenkomt’ veranderen, afhankelijk van hoe men de regeling hertekent binnen de grenzen die het Hof aangeeft. Met andere woorden: het doel (overmatige schuldenlast bestrijden en kosten temperen) blijft, maar de manier waarop de overheid de details kan vastleggen, wordt strikter afgebakend.
Meer lezen:
- Arrest nr. 20/2026 van 12 februari 2026 van het Grondwettelijk Hof: gedeeltelijke vernietiging art. 555/1ter Ger.W. inzake Solidariteitsfonds gerechtsdeurwaard…
- Overzicht arresten Grondwettelijk Hof 2026 met beschrijving arrest 20/2026 over Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders
- Solidariteitsfonds van de NKGB: art. 555/1ter van het Ger.W. wordt gedeeltelijk vernietigd door Grondwettelijk Hof
Grafische sector en dagbladbedrijven: 0,15% sectorbijdrage voor opleiding en tewerkstelling (2025-2026), met focus op risicogroepen
Voor wie werkt (of mensen tewerkstelt) in de drukkerij-, grafische kunst- en dagbladsector is er een sectorale afspraak die inzet op opleiding en werkzekerheid. Voor de jaren 2025 en 2026 wordt een bijdrage van 0,15% van de loonmassa voorzien om inspanningen rond tewerkstelling en vorming verder te zetten.
Een deel van dat budget moet aantoonbaar gaan naar zogenaamde “risicogroepen”. Denk aan werknemers van 50 jaar en ouder, maar ook aan werknemers vanaf 40 jaar die met ontslag bedreigd zijn (bijvoorbeeld bij herstructurering, collectief ontslag of wanneer de opzeg loopt). Daarnaast wordt ook gekeken naar mensen die kort aan het werk zijn na een periode van niet-werk, en andere groepen met een zwakkere positie op de arbeidsmarkt.
Waarom is dit relevant? De grafische sector en de mediasector staan al jaren onder druk door digitalisering en veranderende businessmodellen. In dat soort sectoren wordt opleiding extra belangrijk: om mee te kunnen met nieuwe technologie, om jobmobiliteit te vergroten en om mensen die het moeilijker hebben op de arbeidsmarkt langer aan boord te houden.
Wat merk je hiervan als werknemer? In de praktijk kan dit zich vertalen in meer (of beter gerichte) opleidingskansen en ondersteuningsmaatregelen, zeker voor wie in een kwetsbaardere situatie zit. Als werkgever betekent het een duidelijke, collectieve inspanning: men financiert sectorbreed de maatregelen die individuele bedrijven vaak moeilijk alleen kunnen dragen.
Meer lezen:
- CE Delft 3F48 Trends ICT en Energie 2013 2030 DEF.pdf (ce.nl)
- kst 36360 VII 1 0.pdf (rijksfinancien.nl)
- arbeidsrecht 2026 dit verandert er voor werkgevers en werknemers (lawandmore.nl)
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 17/03/2026 om 06:34