De nieuwste wijzigingen brengen beweging in twee domeinen die veel mensen rechtstreeks raken: hoe en wanneer je tijdelijk minder kan werken met een uitkering, en hoe streng er wordt opgetreden als er geknoeid wordt met gevaarlijke stoffen zoals ontsmettingsmiddelen. Het gaat niet om kleine lettertjes, maar om heel praktische afspraken: wie kan vroeger afbouwen richting pensioen, wie betaalt welke extra vergoeding bij tijdelijke werkloosheid, welke bedragen stijgen mee met de index, en welke boetes kunnen volgen als veiligheidsregels worden genegeerd.

Tuinbouw: vanaf 55 jaar een ‘landingsbaan’ mét uitkering (2026–2027)

Werken in de tuinbouw is vaak fysiek: lange dagen, wisselende weersomstandigheden, tillen, bukken en tempo. Daarom komt er voor de periode 2026–2027 een duidelijke versoepeling: werknemers kunnen vanaf 55 jaar een landingsbaan opnemen én daarbij toegang krijgen tot uitkeringen.

Concreet gaat het om een vermindering van de arbeidsprestaties naar halftijds werken of een vermindering met 1/5. Dat betekent: niet volledig stoppen, maar wél een stevig stuk gas terugnemen. Het systeem is vooral bedoeld voor wie al een lange loopbaan achter de rug heeft of jarenlang zwaar werk deed. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om iemand die jarenlang seizoenspieken meedraaide in serres of in de buitenlucht, en op 55 liever structureel minder uren draait om het vol te houden tot aan het pensioen.

De voorwaarden focussen op “lang gewerkt” of “zwaar gewerkt”. Denk aan een lange loopbaan als loontrekkende, of meerdere jaren in een erkend zwaar beroep binnen een bepaalde referteperiode. Zo wordt het voordeel gericht op mensen die het meeste slijtage opbouwen door hun job. Er is ook een spoor voor werknemers uit ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering, zodat een landingsbaan ook daar een meer haalbare uitweg kan zijn dan een abrupte breuk.

Belangrijk om weten: dit kader geldt voor 2026 en 2027. Wie plannen maakt om later te vertragen, krijgt zo vooraf meer zekerheid. Voor werkgevers in de tuinbouw betekent dit ook meer voorspelbaarheid: landingsbanen worden een instrument om ervaring aan boord te houden, terwijl het werkvolume realistisch blijft voor mensen die al decennia meedraaien.

Meer lezen:

Extra vergoedingen bij ziekte en tijdelijke werkloosheid: bedragen gaan omhoog door indexering

Wie ziek wordt, langdurig uitvalt of tijdelijk werkloos is, valt vaak terug op een inkomen dat lager ligt dan het normale loon. In verschillende sectoren bestaan daarom aanvullende vergoedingen: een extra bedrag bovenop de uitkering, bedoeld om de klap op het gezinsbudget te verzachten.

Door een indexering van 4,13% stijgen die aanvullende bedragen. Dat klinkt technisch, maar het effect is eenvoudig: dezelfde regeling blijft bestaan, alleen wordt het bedrag aangepast aan de gestegen levensduurte. Voor gezinnen die al moeten puzzelen met vaste kosten (huur of lening, energie, kinderopvang) maakt zo’n indexstap het verschil tussen “net rondkomen” en telkens opnieuw moeten inleveren.

Een concreet voorbeeld: bij tijdelijke werkloosheid wordt per (halve) werkloosheidsuitkering een aanvullend bedrag voorzien; na indexering ligt dat bedrag hoger. Daardoor wordt tijdelijke werkloosheid iets minder hard voelbaar in de portemonnee, zeker wanneer die situatie meerdere weken aanhoudt.

In vergelijking met landen waar tijdelijke werkloosheid minder ingebed is of waar sectorale aanvullingen zeldzamer zijn, blijft België hier inzetten op een ‘schokdemper’: het basisvangnet blijft federaal, maar sectoren kunnen extra bescherming organiseren die mee-evolueert met de kosten van het leven. Zo blijft het systeem geloofwaardig in periodes van inflatie.

Meer lezen:

Tijdelijke werkloosheid: duidelijker wie de extra vergoeding betaalt (fonds tot 36 dagen, daarna werkgever)

Tijdelijke werkloosheid kan verschillende oorzaken hebben: economische redenen, slecht weer of overmacht, zoals brand. In zulke situaties is er niet alleen de werkloosheidsuitkering, maar in bepaalde sectoren ook een aanvullende vergoeding. Wat in de praktijk soms verwarrend is: wie betaalt die extra vergoeding precies, en hoelang?

De regeling wordt helder afgebakend: het fonds voor bestaanszekerheid komt tussen tot een maximum van 36 dagen per kalenderjaar (omgerekend in een 6-dagenwerkweek), en dat voor alle motieven samen. Vanaf dag 37 verschuift de verantwoordelijkheid naar de werkgever, die de aanvullende vergoeding vervolgens onbeperkt in de tijd betaalt (met betaling uiterlijk bij de loonafrekening van de maand na de betrokken werkloosheidsmaand).

Dat is meer dan een administratieve afspraak. Voor werknemers betekent het: meer zekerheid dat er effectief een aanvulling komt, en minder discussie aan de rand van een al moeilijke periode. Voor werkgevers is het: vooraf duidelijk welke periode collectief wordt opgevangen en vanaf wanneer het een directe werkgeverskost wordt.

Ook belangrijk: dit principe geldt eveneens in situaties zoals jeugd- en seniorvakantie. Daardoor worden uitzonderingen en grijze zones kleiner, en komt er meer uniformiteit in hoe aanvullingen worden toegekend en betaald. In de praktijk helpt dat om fouten en vertragingen te vermijden, zodat mensen sneller weten waar ze financieel aan toe zijn.

Meer lezen:

Zwaardere aanpak bij misbruik van giftige stoffen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica

Producten zoals giftige stoffen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica zijn nuttig en soms onmisbaar, maar ze vragen strikte regels. Een verkeerd etiket, onzorgvuldige bewaring of illegale handel kan echte schade veroorzaken: gezondheidsrisico’s voor gebruikers, gevaarlijke situaties op de werkvloer, of misbruik in criminele circuits.

De regels rond overtredingen worden daarom strenger en vooral duidelijker. Overtredingen over etikettering en bepaalde administratieve regels worden bestraft met een basisniveau van straf. Wie daarbij bewust bedriegt, riskeert een zwaarder strafniveau én een veel hogere maximale geldboete (tot 40.000 euro).

Daarnaast wordt er een scherp onderscheid gemaakt tussen ‘bewaring en aflevering’ enerzijds en ‘handel en verplaatsing’ anderzijds. Opzettelijke overtredingen rond bewaring/aflevering krijgen een basisstrafniveau, maar opzettelijke overtredingen rond invoer, uitvoer, vervaardiging, vervoer, bezit, verkoop of het te koop aanbieden worden veel zwaarder bestraft. Daar kan de maximale geldboete oplopen tot 800.000 euro.

Wat dit in het dagelijks leven betekent: strengere prikkels om correct te etiketteren, correct te stockeren en alleen via de juiste kanalen te leveren of te vervoeren. Voor bonafide bedrijven is het ook een vorm van bescherming: wie investeert in veilige procedures en correcte registratie, krijgt minder concurrentie van spelers die via shortcuts (of bewuste fraude) goedkoper proberen te werken.

In een tijd waarin producten snel circuleren en online verkoop de drempel verlaagt, zet deze aanpak in op verantwoordelijkheid in de hele keten: van opslag en aflevering tot transport en handel. De boodschap is helder: bij gevaarlijke stoffen is slordigheid al problematisch, maar bewust misleiden of illegale handel weegt voortaan nog zwaarder door.

Meer lezen:


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 26/03/2026 om 06:37