De afgelopen publicaties brengen een mix van veranderingen die je in het dagelijkse leven echt kunt voelen: in de apotheek, op je loonbrief en in sectoren waar afspraken over werk en sociale voordelen collectief geregeld worden. Sommige maatregelen gaan meteen over koopkracht (zoals ecocheques), andere over zekerheid bij het einde van de loopbaan (SWT-regelingen), en één wijziging raakt rechtstreeks aan gezondheidskosten doordat een geneesmiddel uit de terugbetalingslijst verdwijnt. Hieronder staan de belangrijkste punten helder uitgelegd, met concrete gevolgen en voorbeelden.
EPCLUSA verdwijnt uit de terugbetalingslijst vanaf 1 april 2026
Voor mensen die EPCLUSA gebruiken, is dit een opvallende wijziging: de vermelding van EPCLUSA wordt geschrapt uit de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, met ingang van 1 april 2026. Dat betekent dat de verplichte ziekteverzekering vanaf dan niet langer automatisch tussenkomt zoals voordien.
Wat dit in de praktijk kan betekenen, hangt af van de situatie van de patiënt en van het behandelschema. Bij geneesmiddelen die vandaag (deels) terugbetaald worden, zorgt zo’n schrapping meestal voor één van deze effecten: ofwel stijgt het bedrag dat je zelf moet betalen aan de apotheek, ofwel wordt er sneller gekeken naar een ander (wél terugbetaald) alternatief binnen dezelfde behandeling.
Concreet voorbeeld: iemand die al een traject heeft opgestart en gewend is aan een bepaald remgeld, kan plots merken dat de factuur veel zwaarder wordt als de terugbetaling wegvalt. In andere gevallen zal de arts tijdig overschakelen naar een alternatief zodat de behandeling betaalbaar blijft. Het is vooral belangrijk dat patiënten dit niet pas op het moment van afhalen ontdekken: de datum is duidelijk vastgelegd, waardoor zorgverleners en patiënten vooraf kunnen plannen.
In bredere context: terugbetalingslijsten worden geregeld bijgestuurd om budgetten beheersbaar te houden en om behandelingen te sturen richting alternatieven die (volgens de overheid) dezelfde meerwaarde bieden aan een betere prijs. Voor patiënten is de impact heel concreet: betaalbaarheid en voorspelbaarheid van zorgkosten staan of vallen met zulke lijstwijzigingen.
Meer lezen:
- Galapagos Galapagos in juli 2016.aspx (beurs.nl)
- 2022 access to medicine index 1668514482.pdf (accesstomedicinefoundation.org)
- ondernemingen verantwoordelijk voor een geneesmiddel dat of een farmaceutische specialiteit die in aanmerking komt voor vroege of snelle toegang (riziv.fgov.be)
Ecocheques voor arbeiders in de textielsector (Verviers): een extra duwtje voor duurzame aankopen in 2025
In de textielsector in het administratief arrondissement Verviers wordt een sectorafspraak algemeen verbindend gemaakt die ecocheques toekent voor prestaties in 2025. Daardoor geldt de regeling voor alle betrokken ondernemingen en arbeiders in de sector: het wordt een uniforme afspraak, geen individuele uitzondering.
De ecocheques zijn opgevat als een eenmalig, uitzonderlijk en niet-recurrent voordeel dat in december 2025 wordt toegekend. Het bedrag hangt af van het aantal effectief gepresteerde dagen: 220 euro voor wie 26 dagen of meer effectief gewerkt heeft tijdens de geldigheidsduur, en 30 euro voor wie 25 dagen of minder effectief gewerkt heeft. Ook uitzendkrachten vallen onder dezelfde logica: zij krijgen ecocheques via het uitzendkantoor, voor rekening van de gebruiker.
Wat verandert dit op de werkvloer? Het is vooral een koopkrachtmaatregel met een duidelijke bestemming: ecocheques zijn bedoeld voor producten en diensten met een ecologisch karakter. Denk aan energiezuinige toestellen, onderhoud van de fiets, of bepaalde ‘groene’ producten. Zo combineert de maatregel een financieel voordeel met een duw richting duurzamer consumptiegedrag.
Interessant is ook het sectorale mechanisme achter de schermen: werkgevers kunnen de toegekende ecocheques terugvorderen via het sectorale fonds voor bestaanszekerheid van de textielnijverheid in Verviers. Daardoor wordt de kost in de sector collectief georganiseerd, wat typisch is voor sectorakkoorden in België: voordelen worden niet alleen afgesproken, maar ook praktisch uitvoerbaar gemaakt via fondsen.
Meer lezen:
- koninklijk besluit van 24 maart 2015 n2015012017.html (etaamb.openjustice.be)
- 12001 2014 008142.pdf (public-search.werk.belgie.be)
- document n2024204702 (etaamb.openjustice.be)
SWT vanaf 58 jaar in de houthandel: aanvullende vergoeding voor mindervalide werknemers met lange loopbaan
In de houthandel wordt een sectorale afspraak algemeen verbindend die een aanvullende vergoeding regelt binnen het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) vanaf 58 jaar voor mindervalide werknemers met een loopbaan van 35 jaar.
In gewone mensentaal: voor een specifieke groep werknemers die een lange carrière achter de rug heeft én een erkende beperking heeft, wordt vastgelegd dat er bovenop de werkloosheidsuitkering een extra toeslag kan komen. Die toeslag wordt in deze sector uitgekeerd via het “Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel”.
De praktische impact is vooral inkomenszekerheid. Wie op het einde van de loopbaan door gezondheid of beperking minder makkelijk inzetbaar is, valt sneller terug op een lager inkomen als er enkel een gewone werkloosheidsuitkering is. Een aanvullende vergoeding kan het verschil maken tussen “net rondkomen” en “financieel ademruimte”.
Ook belangrijk: dergelijke sectorale SWT-regelingen werken meestal met duidelijke tijdsvensters en voorwaarden (zoals leeftijd, loopbaanjaren en de omstandigheden van het ontslag). Dat zorgt voor voorspelbaarheid, maar ook voor afbakening: het is geen algemene regeling voor iedereen, wel een gerichte bescherming voor wie het meest kwetsbaar is op de arbeidsmarkt in de laatste carrièrejaren.
In context: België kent een traditie van sectorakkoorden die bovenop de algemene sociale zekerheid extra vangnetten voorzien. In sommige landen is dit soort aanvulling vooral individueel of bedrijfsgebonden; in België wordt het vaak sectoraal georganiseerd zodat ook werknemers bij kleinere werkgevers toegang hebben tot vergelijkbare bescherming.
Meer lezen:
- Extra bescherming voor oudere werknemers met medische beperking in PC 125 Hout: nieuwe CAO van 16 juli 2025 over aanvullende vergoeding SWT 58 jaar via Fonds v…
- Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in de houthandel: info over SWT 58 jaar met 35 jaar loopbaan wegens medische redenen, verlengd tot 31.12.2025
- CAO Paritair Subcomité 125.03 Houthandel: Chômage avec complément d’entreprise (SWT) op 58 jaar voor mindervalide werknemers met loopbaan van 35 jaar
SWT vanaf 58 jaar in papier- en kartonbewerking: sectorale regeling voor mindervalide werknemers en ernstige lichamelijke problemen
Ook in de sector van de bedienden van de papier- en kartonbewerking wordt een SWT-regeling op 58 jaar algemeen verbindend gemaakt, gericht op mindervalide werknemers of werknemers met ernstige lichamelijke problemen, op voorwaarde van een loopbaan van 35 jaar.
De essentie is vergelijkbaar met andere sectorale SWT-afspraken, maar de doelgroep is iets ruimer omschreven: naast mindervalide werknemers gaat het ook om werknemers met ernstige lichamelijke problemen. Dat maakt het relevant voor mensen die niet noodzakelijk onder één label vallen, maar wél objectief kampen met zware fysieke beperkingen die langer doorwerken bemoeilijken.
Wat is het effect voor werknemers? Dit soort regeling biedt een gestructureerde uitweg wanneer doorwerken tot de normale pensioenleeftijd onrealistisch wordt. In plaats van een abrupte inkomensval kan de combinatie van werkloosheidsuitkering en een bedrijfstoeslag (volgens de sectorafspraken) zorgen voor een stabielere overgang.
Voor werkgevers en HR in de sector betekent dit vooral duidelijkheid: de voorwaarden liggen vast op sectorniveau, waardoor er minder discussie is over ‘ad hoc’-oplossingen. Het creëert ook een gelijke behandeling tussen bedrijven in dezelfde sector: twee bedienden met een gelijkaardig profiel krijgen in principe een vergelijkbaar kader, ongeacht de grootte van hun werkgever.
In bredere context: in veel Europese landen wordt langer werken aangemoedigd, maar tegelijk groeit de aandacht voor uitzonderingsroutes voor wie door gezondheid of zware fysieke belasting niet tot het einde kan doorzetten. Deze sectorale SWT-afspraken passen in die logica: langer werken als norm, maar een beschermde landingsbaan voor wie het echt nodig heeft.
Meer lezen:
- 31742 (publicaties.vlaanderen.be)
- BEL 110588.pdf (natlex.ilo.org)
- accg pc 136 tool protocolakkoord goedgekeurd wat verandert voor jou 2.pdf (accg.be)
Witzandgroeven: verplichte inspanning voor opleiding en tewerkstelling van risicogroepen in 2025-2026
In de witzandgroeven (witzandexploitaties) komt er een duidelijke, meetbare afspraak over inspanningen voor risicogroepen. Concreet wordt afgesproken om 0,10% van de aan de RSZ aangegeven loonsom in 2025 én 0,10% in 2026 te gebruiken voor opleidingsacties ten voordele van werknemers of werklozen die tot risicogroepen behoren.
Daarnaast is er een extra focus: werkgevers moeten een jaarlijkse inspanning van minstens 0,05% van de loonmassa reserveren voor bepaalde doelgroepen, waaronder werknemers van minstens 50 jaar in de sector, en werknemers van minstens 40 jaar die bedreigd zijn met ontslag (bijvoorbeeld in opzeg, in een onderneming in moeilijkheden/herstructurering, of bij aangekondigd collectief ontslag).
Waarom is dit belangrijk? Omdat “opleiding” in sectoren met fysieke jobs vaak het verschil is tussen blijven meedraaien of uitvallen. Denk aan bijscholing voor veiligere werkmethodes, het aanleren van nieuwe technieken, of het omscholen naar minder belastende functies binnen dezelfde sector. Deze afspraak legt de lat niet bij goede bedoelingen, maar bij een verplicht percentage: het maakt investeren in mensen onderdeel van de normale bedrijfsvoering.
Voor werknemers is het effect het duidelijkst in kansen: meer mogelijkheden om bij te leren, sneller inzetbaar te blijven en minder risico om bij herstructureringen “achteraan in de rij” te belanden. Voor werkzoekenden uit risicogroepen kan het extra trajecten openen die anders moeilijk gefinancierd raken.
In context: dit soort afspraken sluit aan bij een bredere trend waarbij sectoren niet alleen lonen regelen, maar ook inzetbaarheid. Het idee is simpel: als de arbeidsmarkt sneller verandert dan vroeger, moet opleiding geen luxe zijn, maar een ingebouwd mechanisme.
Meer lezen:
- 27299616 (issuu.com)
- pc 219 technische controles en gelijkvormigheidstoetsing verdere uitvoering van sectoraal akkoord 2019 2020 (agoria.be)
Tuinbouw: aanpassing van het fonds voor bestaanszekerheid (sectorale voordelen en werking)
In het tuinbouwbedrijf wordt een collectieve afspraak algemeen verbindend verklaard die de bestaande regeling over het fonds voor bestaanszekerheid aanpast. Zo’n fonds is in veel sectoren het praktische vehikel waarmee sectorale voordelen worden georganiseerd: denk aan bepaalde aanvullende vergoedingen, sociale tussenkomsten of administratieve ondersteuning.
Wat betekent een aanpassing concreet? Meestal gaat het om modernisering van statuten en werkregels: wie valt onder het fonds, welke voordelen kunnen via het fonds lopen, hoe wordt het bestuur georganiseerd en welke rapportering is nodig. Dat klinkt technisch, maar de impact is net heel tastbaar: als een sector voordelen belooft, moet er een betrouwbaar systeem zijn dat ze ook vlot uitbetaalt en opvolgt.
Voor werknemers is de kern: meer zekerheid dat sectorale afspraken niet “op papier” blijven staan. Een goed werkend fonds zorgt ervoor dat rechten automatisch of minstens laagdrempelig kunnen worden toegepast. Voor werkgevers zorgt het voor uniformiteit: in plaats van elk bedrijf apart te laten uitzoeken hoe een sectorvoordeel geregeld moet worden, wordt het collectief georganiseerd.
In context: de Belgische arbeidsmarkt is sterk sector-gestuurd. Dat heeft een voordeel: sectoren kunnen oplossingen op maat bouwen (zoals in de tuinbouw, met seizoensrealiteiten en specifieke arbeidsorganisatie). Maar het vraagt ook degelijk beheer. Door de statuten en werking van een fonds bij te sturen, probeert de sector doorgaans die “infrastructuur achter de voordelen” up-to-date te houden.
Meer lezen:
- dmfa consultation answer cons sociale zekerheid (yumpu.com)
- 1960 6 7.pdf (bib.kuleuven.be)
- wet van 26 mei 2002 n2002022559.html (etaamb.openjustice.be)
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 31/03/2026 om 06:41