In de nieuwste wijzigingen zitten drie thema’s die opvallend dicht bij het dagelijkse leven komen: meer duidelijkheid en financiële ademruimte voor palliatieve thuiszorg, een belangrijke aanpassing in de terugbetaling van een specifiek geneesmiddel, en strengere spelregels voor wie richting pensioen wat minder wil werken. Samen tonen ze dezelfde beweging: de overheid probeert zorg beter te organiseren en betaalbaar te houden, terwijl in de arbeidsmarkt de toegang tot maatregelen zoals de landingsbaan strakker wordt afgebakend. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen in klare taal, met concrete gevolgen voor patiënten, gezinnen en werknemers.

Palliatieve thuiszorg: extra huisarts-steun met derdebetalersregeling (minder voorschieten)

Wie palliatieve zorg nodig heeft, krijgt vaak te maken met een periode waarin alles tegelijk komt: medische zorgen, praktische organisatie, emotionele belasting en administratie. Net dan is “eerst betalen, daarna terugkrijgen” voor veel gezinnen een extra drempel. De wetgeving breidt daarom de derdebetalersregeling uit naar specifieke ondersteuningshonoraria van de huisarts bij palliatieve zorg.

Concreet betekent dit dat de tussenkomst van de ziekteverzekering rechtstreeks kan verlopen voor die ondersteuningsmomenten: de patiënt (of het gezin) moet het bedrag niet altijd volledig voorschieten. In de praktijk maakt dat het eenvoudiger om snel extra opvolging en afstemming te krijgen, zonder dat de factuur meteen een rem zet.

Waarom dit belangrijk is: palliatieve zorg draait niet alleen om medische handelingen, maar ook om coördinatie. Denk aan het afstemmen van thuisverpleging, hulpmiddelen, pijn- en symptoomcontrole, en het ondersteunen van mantelzorgers. Met de derdebetalersregeling wordt die ‘regie’ van de huisarts toegankelijker, net zoals bij andere zorgen waar directe betaling soms een drempel vormt. Dat geeft gezinnen meer rust: minder papierwerk, minder financiële stress op het moment dat de aandacht naar zorg en comfort moet gaan.

Nieuwe, duidelijke huisarts-honoraria voor palliatieve zorg: één startmoment en opvolging met spelregels

Er komen twee duidelijk omschreven honoraria voor huisartsen die palliatieve zorg ondersteunen: één voor een eerste inschatting (eenmalig) en één voor opvolging (met een minimale wachttijd). Het doel is om palliatieve thuiszorg beter te structureren: niet alleen “een consult”, maar expliciet tijd en ruimte voor zorgplanning en afstemming.

  1. Eerste inschatting: dit honorarium is bedoeld voor de eerste brede evaluatie van de zorgnoden en het opstellen van een zorgplanning. Dat gaat over meer dan medicatie: het omvat ook het opnemen van afspraken in het medisch dossier en het mee ondersteunen van mantelzorgers en naasten. Het is een eenmalige prestatie per patiënt, zodat het echt het startpunt markeert van een palliatief traject dat actief wordt opgevolgd.

  2. Opvolging: daarnaast is er een opvolgingshonorarium dat opnieuw de zorgnoden en planning herevalueert. Dit mag pas na een minimale periode (in de regelgeving is dat minstens drie maanden na de eerste inschatting). De bedoeling is duidelijk: geen losse opeenvolging van extra facturen, maar een opvolgmoment dat past bij het ritme van palliatieve zorg—waar veranderingen vaak merkbaar zijn over weken tot maanden.

Er zijn ook afspraken over wie deze honoraria mag aanrekenen. De honoraria horen bij de huisarts die het globaal medisch dossier beheert, of bij een huisarts uit een geregistreerde groepspraktijk waar een lid het dossier beheert. Zo wordt voorkomen dat meerdere artsen hetzelfde ‘coördinatiemoment’ parallel aanrekenen, en blijft het voor de patiënt overzichtelijk wie het aanspreekpunt is.

In het dagelijkse leven kan dit een groot verschil maken. Stel: iemand met een ernstige, niet te genezen aandoening wil thuis blijven. De eerste inschatting kan het moment zijn waarop de huisarts samen met familie de puzzel legt: welke zorgen zijn nodig, wie neemt wat op, welke signalen betekenen dat er moet worden bijgestuurd. Drie maanden later kan een opvolgmoment helpen om de situatie opnieuw te stroomlijnen—bijvoorbeeld als slapen slechter gaat, mantelzorg zwaarder wordt of er meer hulpmiddelen nodig zijn. Door deze honoraria expliciet te benoemen, krijgt die vaak onzichtbare organisatie- en afstemmingswerkelijkheid eindelijk een duidelijke plaats.

Meer lezen:

DACOGEN verdwijnt uit de terugbetaling vanaf 1 mei 2026: mogelijke impact op behandeling en kosten

Vanaf 1 mei 2026 wordt het geneesmiddel DACOGEN geschrapt uit de lijst van terugbetaalbare farmaceutische specialiteiten. Dat is een technische zin met een heel concrete betekenis: wie dit middel gebruikt, kan vanaf die datum het risico lopen dat de ziekteverzekering het niet langer vergoedt, waardoor de kost voor de patiënt (of het ziekenhuisbudget, afhankelijk van het traject) kan stijgen.

Zo’n beslissing zorgt in de praktijk voor een verschuiving. Patiënten en behandelende artsen moeten tijdig bekijken wat dit betekent: wordt de behandeling voortgezet met andere afspraken, komt er een alternatief, of verandert de organisatie van de therapie? In elk scenario is vooral voorspelbaarheid belangrijk, want behandelingen in oncologie of hematologie (waar dit soort middelen vaak gebruikt wordt) zijn geen ‘even snel te vervangen’ producten.

Voor gezinnen is dit typisch zo’n maatregel die pas voelbaar wordt wanneer de apotheker of het ziekenhuis een andere factuur voorlegt. Net daarom is de datum van inwerkingtreding relevant: 1 mei 2026 is een duidelijke knip. Wie in een traject zit, zal idealiter ruim op voorhand met het zorgteam bekijken wat de meest haalbare en medisch verantwoorde weg is, zodat niemand op het laatste moment voor verrassingen staat.

Meer lezen:

Landingsbaan: toegang tot uitkeringen strakker gekoppeld aan 55 jaar in Vlaamse opvoedings- en huisvestingsdiensten

Minder werken richting pensioen—bijvoorbeeld een 1/5 vermindering of halftijds—kan een manier zijn om het einde van de loopbaan haalbaar te houden. In België bestaat daarvoor de “landingsbaan”, vaak gekoppeld aan uitkeringen. Voor werknemers in (Vlaamse) opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten wordt de toegang tot die uitkeringen voor bepaalde gevallen expliciet gekoppeld aan een leeftijdsgrens van 55 jaar, voor wie in aanmerking komt op basis van een lange loopbaan, zwaar beroep of herstructurering.

Wat verandert er in het gevoel van de maatregel? De boodschap is: een landingsbaan kan nog, maar de drempel wordt duidelijker en strenger afgebakend. Dat heeft impact op plannen. Wie eerder dacht om bijvoorbeeld op 53 of 54 al een stap terug te zetten met uitkeringen, moet rekening houden met het feit dat de toegang tot de uitkering in deze regeling pas vanaf 55 jaar open gaat (voor de doelgroepvoorwaarden zoals lange loopbaan of zwaar beroep).

Belangrijk is ook dat het niet zomaar “voor iedereen vanaf 55” is: de regeling verwijst naar situaties zoals een lange loopbaan, zwaar beroep of werken in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering. In mensentaal: het is bedoeld voor wie al lang meedraait, zwaar werk doet of in een moeilijke bedrijfscontext zit. Voor werknemers in sectoren waar het werk fysiek en emotioneel weegt—zoals begeleiding, opvoeding en residentiële opvang—kan dit een echte puzzel zijn: de job volhouden tot 55 met volle prestaties, of andere oplossingen zoeken (bijvoorbeeld jobaanpassingen, interne verschuivingen, of andere verlofstelsels) tot die leeftijdsgrens gehaald is.

Deze afbakening kan tegelijk ook een effect hebben op werkgevers en teams: als minder mensen vroeger kunnen “afbouwen” met uitkeringen, blijven ervaren krachten langer volledig meedraaien, met voordelen (continuïteit) maar ook risico’s (hogere druk, meer uitval). De maatregel duwt het gesprek dus richting duurzame werkorganisatie: werkbaar werk, taakverdeling en ondersteuning, zodat mensen de brug naar 55 jaar effectief kunnen maken zonder opgebrand te raken.

Meer lezen:


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 20/04/2026 om 07:00