De jongste wijzigingen brengen twee werelden in beweging: aan de ene kant de land- en tuinbouw, waar seizoenspieken en korte tewerkstellingen dagelijkse realiteit zijn; aan de andere kant het onderwijs, waar afspraken over neutraliteit mee bepalen hoe mensen samenleven in de klas. De rode draad is opvallend praktisch: de overheid stuurt bij om systemen werkbaar te houden (met duidelijke spelregels voor werkgevers, werknemers en administratie) en tegelijk duidelijke grenzen te trekken rond respect en samenleven in een diverse samenleving.
Seizoensarbeid in de veeteelt blijft langer mogelijk onder een speciaal regime (tot eind 2026)
Landbouwbedrijven die vooral met veeteelt te maken hebben, krijgen langer adem: het speciale systeem voor seizoens- en piekwerk in ondernemingen met hoofdactiviteit onder NACE 01.4 of 01.5 wordt verlengd tot 31 december 2026. Concreet betekent dit dat er in die subsector meer ruimte blijft om tijdelijk personeel flexibel in te zetten wanneer het werk dat vraagt.
In de praktijk gaat het om een regime dat beter aansluit bij hoe veeteeltbedrijven werken: niet elke drukke periode valt netjes in “klassieke” voltijdse dagen. Daarom laat het systeem toe om met een grotere marge te werken via halve dagen in plaats van enkel volledige dagen. Dat maakt het makkelijker om bijvoorbeeld extra handen in te schakelen tijdens korte, intensieve momenten, zonder dat je meteen door je maximum heen bent.
Voor werknemers betekent dit vooral dat tijdelijke jobs in de veeteelt ook de komende jaren onder dezelfde, soepelere spelregels kunnen blijven vallen. Voor bedrijven geeft het voorspelbaarheid: plannen voor 2025 en 2026 kunnen gebouwd worden op een systeem dat niet halverwege plots verandert. Er is bovendien voorzien dat de maatregel nog kan worden geëvalueerd richting oktober 2026, zodat men kan bijsturen als de praktijk daarom vraagt.
Meer lezen:
Nieuwe spelregels voor RSZ-bijdragen bij gelegenheidsarbeid: terug naar stabiliteit, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024
Voor gelegenheidsarbeid in land- en tuinbouw wordt de regeling rond sociale zekerheidsbijdragen en berekeningsbasis bijgestuurd, nadat eerdere regels juridisch onderuit gingen. De kern van de aanpassing: het systeem dat sinds begin 2024 in de praktijk wordt gebruikt, blijft overeind, maar wordt tegelijk gecorrigeerd waar nodig zodat het juridisch beter “vastklikt”.
Belangrijk detail: de aanpassingen werken terug tot 1 januari 2024. Dat klinkt technisch, maar het effect is heel concreet. In plaats van een lappendeken aan herberekeningen, bijstortingen of correcties maanden later, kiest men voor continuïteit. Dat voorkomt dat werkgevers plots geconfronteerd worden met onverwachte extra kosten voor al gepresteerde arbeid, en dat werknemers achteraf in een administratief moeras belanden.
Die stabiliteit is ook relevant voor de praktische afhandeling: zonder zo’n ingreep zouden aangiften en berekeningen in grote aantallen opnieuw moeten worden rechtgezet, met risico op fouten en lange doorlooptijden. De bedoeling is duidelijk: hetzelfde speelveld voor de betrokken actoren en vooral rechtszekerheid in een sector waar in piekmaanden tienduizenden arbeidsrelaties passeren.
Daarnaast wordt ook de manier waarop indexering doorwerkt in de forfaitaire basis (die gebruikt wordt om bijdragen te berekenen) aangepast. Dat helpt om het systeem mee te laten bewegen met de economische realiteit, zonder dat het elk jaar ontspoort in uitzonderingen en noodoplossingen.
Meer lezen:
Lagere forfaitaire daglonen in de landbouw: een tegengewicht voor stijgende minimumlonen
In de landbouw worden de forfaitaire daglonen verlaagd om de stijging van de minimumlonen te compenseren. Dat klinkt tegenstrijdig—“lagere daglonen” roept snel verkeerde beelden op—maar het gaat hier om forfaits die gebruikt worden als rekenbasis voor bijdragen (en in de praktijk vaak ook als eenvoudige referentie voor de kostprijs bij korte tewerkstellingen).
Waarom zo’n ingreep? Wanneer minimumlonen stijgen, stijgt normaal ook de totale kost van arbeid. Voor bedrijven die sterk afhankelijk zijn van korte inzet—denk aan dagen waarop er veel handen nodig zijn en daarna weer minder—kan dat hard aankomen. Door de forfaitaire basis te verlagen, probeert men de totale nettokost beheersbaar te houden, zonder het hele systeem van gelegenheidsarbeid opnieuw te moeten uitvinden.
Concreet merk je dit in de loon- en kostberekening: dezelfde prestatie kan onder een aangepast forfait anders doorwegen in de bijdragen en in de administratieve verwerking. Voor werkgevers betekent dat: herbekijken van budgetten en planning, maar met het voordeel dat het kader opnieuw duidelijk vastligt. Voor werknemers verandert vooral de manier waarop het ‘forfaitaire’ deel in berekeningen zit; de bedoeling van de maatregel is net om het systeem werkbaar te houden in een sector met dunne marges.
Meer lezen:
- Hoe worden de socialezekerheidsbijdragen berekend? Verlaging dagforfait landbouw vanaf 1 juli 2023 ter compensatie minimumloonstijging (Securex, jan 2026)
- Hoe hoog zijn de sociale bijdragen voor seizoenarbeid? Verlaging forfaitair dagloon landbouw naar 13,01 euro als tegenwicht loonindexering (Boerenbond, nov 202…
- Administratieve instructies RSZ 2025/4: KB 2023 verlaagde forfaits landbouw vernietigd door Raad van State 2026, nieuwe indexering vanaf 2026 (OECCBB, jan 2026)
Nieuwe forfaitaire daglonen voor bloemen- en fruitteelt: één kader voor seizoenspiek en korte opdrachten
Voor de bloemen- en fruitteelt worden forfaitaire daglonen ingevoerd. Dat brengt een extra stuk duidelijkheid voor subsectoren waar seizoensarbeid haast het hele ritme van het jaar bepaalt: korte opdrachten, veel wissels, grote pieken, en nood aan een eenvoudige manier om kosten en bijdragen te berekenen.
Met een forfaitair dagloon creëer je een vaste rekenbasis. In de praktijk helpt dat om sneller en consistenter te werken: minder discussie over uitzonderingen, minder variatie in berekeningen bij gelijkaardige prestaties, en een systeem dat beter schaalbaar is wanneer er op korte tijd veel mensen worden ingeschakeld.
Voor werknemers betekent het vooral dat de administratieve verwerking van zulke jobs meer uniform kan verlopen. Voor bedrijven is het een vorm van ‘standaardisering’ die het risico vermindert dat je bij controles of herberekeningen plots met verrassingen zit.
Belangrijk in de achtergrond: deze ingreep past in een bredere hertekening van de forfaits en het indexeringsmechanisme, zodat het geheel beter aansluit bij de realiteit sinds 2024.
Meer lezen:
- land en tuinbouw (vdab.be)
- aanleg en (lv.vlaanderen.be)
- seizoenarbeid en fiscale compensatie zijn geregeld (boerenbond.be)
Specifieke uitzonderingen voor witloof- en fruitteelt verdwijnen: terug naar de algemene regeling
De aparte, specifieke regels voor de teelt van witloof en voor de teelt van fruit worden geschrapt. Met andere woorden: wat vroeger een eigen, afwijkend spoor was, valt voortaan onder de algemene regeling.
Dat is vaak minder spectaculair dan een “nieuwe maatregel”, maar het effect is groot: vereenvoudiging. Minder subregels betekent minder kans op misverstanden, minder uitzonderingen die iemand moet onthouden, en minder risico dat twee gelijkaardige situaties toch anders behandeld worden omdat ze net onder een andere teeltcategorie vallen.
In de praktijk kan dat ook zorgen voor een eerlijker en transparanter systeem. Sectoren die dicht bij elkaar liggen, werken dan met één kader in plaats van met meerdere kleine regimes die doorheen de tijd ontstaan zijn. Voor werkgevers en sociale secretariaten scheelt dit in interpretatie en administratie. Voor werknemers helpt het dat de regels voorspelbaarder worden, los van de specifieke teelt waar men op dat moment in werkt.
Meer lezen:
Nieuwe neutraliteitsregels in het onderwijs (Franse Gemeenschap): overtuigingstekens toegestaan binnen levensbeschouwelijke vakken, met nadruk op respect
In het onderwijs van de Franse Gemeenschap wordt het neutraliteitskader bijgestuurd met een duidelijke nuance: leerkrachten die erkende godsdienstvakken of niet-confessionele zedenleer geven, mogen binnen hun eigen vak zichtbare overtuigingstekens dragen. Tegelijk wordt de plicht tot wederzijds respect expliciet mee in de regeling geplaatst.
De impact is vooral voelbaar in het klaslokaal. Neutraliteit wordt hier niet voorgesteld als ‘onzichtbaarheid’ van iemands identiteit in alle omstandigheden, maar als een afspraak over professioneel gedrag en respectvolle omgang. De lescontext is daarbij bepalend: het gaat om vakken die net draaien rond levensbeschouwing, waarden en zingeving, en waar de aanwezigheid van diversiteit in de praktijk vaak al een gegeven is.
In vergelijking met strengere neutraliteitsmodellen (waar zichtbare tekens doorgaans overal en voor iedereen verboden zijn), kiest deze aanpak voor een gerichtere regel: ruimte in een afgebakende context, gekoppeld aan duidelijke verwachtingen over respect en het samen leerbaar houden van de klas.
Voor scholen betekent dit dat beleid en schoolreglementen hierop moeten worden afgestemd: helder communiceren over wat kan binnen welke lessen, en vooral consequent bewaken dat de school een plek blijft waar meningsverschil niet ontspoort in polarisatie.
Meer lezen:
Inwerkingtreding vanaf schooljaar 2026-2027: oude neutraliteitsafspraken verliezen hun effect
Het neutraliteitsdecreet in het basis- en secundair onderwijs treedt in werking vanaf het schooljaar 2026-2027. Dat is een belangrijk overgangsmoment: eerdere neutraliteitsinstemmingen of -afspraken die tot dan toe gebruikt werden, verliezen vanaf dat schooljaar hun effect.
Die timing geeft scholen ruimte om zich voor te bereiden. In de praktijk betekent dit: beleid herwerken, teams informeren, en schoolreglementen op elkaar afstemmen zodat er niet elk jaar opnieuw discussie ontstaat over wat “de regel” nu precies is. Door één duidelijke startdatum te kiezen, ontstaat er bovendien een gelijker speelveld tussen scholen: niet langer een lappendeken van historische afspraken die van instelling tot instelling kunnen verschillen.
Voor leerkrachten en leerlingen brengt dit vooral voorspelbaarheid. Het maakt op voorhand duidelijk welk kader geldt, en vanaf wanneer. Dat helpt om conflicten te voorkomen die vaak niet over regels op zich gaan, maar over onduidelijkheid, interpretatie en wisselende toepassing.
Meer lezen:
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 22/04/2026 om 06:51