Soms zitten wetswijzigingen niet in grote hervormingen, maar in slimme ingrepen die meteen voelbaar zijn in het dagelijkse leven: een vergoeding die sneller mee-evolueert met de kosten, regels die bepalen hoeveel inkomen je behoudt bij arbeidsongeschiktheid, en administratieve brieven die eenvoudiger (en goedkoper) verstuurd worden. Deze drie wijzigingen tonen hoe beleid tegelijk probeert te reageren op stijgende prijzen, sociale bescherming bij te sturen en papierwerk te vereenvoudigen.

Kilometervergoeding voor federale dienstverplaatsingen wordt tijdelijk maandelijks bijgestuurd

Voor federale ambtenaren die met de wagen dienstverplaatsingen doen, verandert de manier waarop de kilometervergoeding wordt berekend tijdelijk in het tweede kwartaal van 2026. Concreet: van 1 april tot en met 30 juni 2026 wordt het bedrag niet meer per kwartaal (of minder frequent) herzien, maar elke maand opnieuw aangepast.

De reden is eenvoudig en herkenbaar: brandstofprijzen kunnen snel schommelen, en ook de levensduurte beweegt mee. Daarom wordt de vergoeding opgesplitst in twee delen. Het grootste deel (80%) volgt de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex, wat in mensentaal betekent: een index die de algemene prijsstijgingen mee weerspiegelt, maar wat “gladder” verloopt dan de ruwe maandcijfers. Het kleinere deel (20%) volgt de evolutie van de gemiddelde maandprijzen van benzine (95 RON E10) en diesel (B7). Door die combinatie reageert de vergoeding tegelijk op algemene levensduurte én op wat je echt aan de pomp betaalt.

Wat betekent dat in de praktijk? In maanden waarin brandstof plots duurder wordt, kan de vergoeding sneller mee stijgen dan je gewend bent. Omgekeerd: als brandstof daalt, kan de vergoeding ook sneller dalen. Dat maakt het systeem minder ‘traag’ en verkleint het verschil tussen het moment waarop de kost stijgt en het moment waarop de vergoeding volgt.

Een concreet voorbeeld uit die periode: voor april 2026 werd het bedrag vastgesteld op 0,4571 euro per kilometer. Dat geeft meteen een idee van de grootteorde en maakt duidelijk dat het om een reëel verschil kan gaan voor wie veel dienstkilometers maakt.

Belangrijk is ook dat dit expliciet een tijdelijke maatregel is: ze loopt automatisch af op 30 juni 2026. Nadien valt men terug op de normale regels, tenzij er opnieuw wordt bijgestuurd.

Ziekte-uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid: percentages en grenzen schuiven op

Wie langdurig arbeidsongeschikt is, valt (na een periode met gewaarborgd loon of andere regelingen) terug op ziekte-uitkeringen. In 2026 worden in dat systeem enkele technische, maar voelbare parameters aangepast: bepaalde percentages veranderen en ook drempels/grenzen die mee bepalen hoeveel je precies ontvangt.

Een opvallende wijziging is dat in de regels rond de berekening op basis van het loon een verhouding wijzigt: waar eerder werd gewerkt met “driekwart”, wordt dat “twee derde”. Dat lijkt een klein verschil, maar het is precies zo’n factor die mee bepaalt hoe een uitkering uit het loon wordt afgeleid.

Daarnaast worden ook concrete grensbedragen aangepast. Zulke bedragen spelen typisch een rol als er plafonds bestaan (bijvoorbeeld: tot een bepaald loonniveau wordt op één manier gerekend, daarboven op een andere manier) of als er minima/maxima gelden. Als die bedragen verschuiven, kan dat betekenen dat twee mensen met een vergelijkbaar loon plots toch anders uitkomen dan voorheen: de ene net boven een grens, de andere net eronder.

Wat zijn de gevolgen? Voor een deel van de werknemers kan de uitkering wat hoger of lager uitvallen, afhankelijk van hun loonprofiel en de fase van arbeidsongeschiktheid. De wijziging geldt niet voor iedereen op dezelfde manier: de regels blijven zoals vroeger voor wie de periode van primaire ongeschiktheid al vóór 1 januari 2026 heeft aangevat. Voor wie die periode ten vroegste op 1 januari 2026 startte, gelden de nieuwe regels.

De startdatum is dus cruciaal: twee dossiers die op papier sterk op elkaar lijken, kunnen toch onder een ander regime vallen enkel omdat de arbeidsongeschiktheid net iets vroeger of later begon. Dat is geen detail: het bepaalt welke berekeningsregels de mutualiteit/instellingen toepassen en hoe je bedrag wordt opgebouwd.

In de bredere context past dit in een traditie die je ook in andere Europese landen ziet: ziekte-uitkeringen worden geregeld bijgestuurd via parameters (percentages, plafonds, loongrenzen) in plaats van via één grote hervorming. Dat maakt het systeem bestuurbaar, maar het betekent ook dat kleine cijferwijzigingen een grote impact kunnen hebben op het maandelijkse inkomen van wie al in een kwetsbare situatie zit.

Kadastraal inkomen: kennisgeving mag voortaan met gewone post (geen aangetekende brief meer)

Wie een woning bouwt, grondig verbouwt of een eigendom anders gebruikt, kan te maken krijgen met een (her)vaststelling van het kadastraal inkomen (KI). Tot nu toe moest de kennisgeving daarover per aangetekende zending gebeuren. Dat verandert: voortaan mag die kennisgeving met een gewone brief onder gesloten omslag verstuurd worden.

Waarom is dat belangrijk? Aangetekende zendingen zijn duurder en administratief zwaarder: er is opvolging nodig, bewijs van afgifte, en vaak ook extra verwerking. Door over te stappen op gewone post wil men vooral de verzendkosten en de papierlast verminderen. Het is een typische ‘stille’ vereenvoudiging: weinig spektakel, maar voor een grote organisatie met veel brieven gaat het al snel over aanzienlijke besparingen.

Betekent dit dat je minder beschermd bent? De regels voorzien een duidelijke afspraak over wanneer de kennisgeving geacht wordt te zijn gebeurd. De datum van betekening wordt gekoppeld aan een vaste termijn na de verzenddatum: in principe telt men vanaf het moment dat de brief aan de postdiensten is overhandigd, en wordt de kennisgeving geacht te gebeuren op de derde werkdag daarna (tenzij de belastingplichtige het tegendeel bewijst). Dat sluit aan bij een aanpak die al langer bestaat voor andere fiscale post, zoals aanslagbiljetten: vroeger ook aangetekend, later overgeschakeld naar gewone post.

Voor de praktijk betekent dit vooral: let goed op de verzenddatum die op het bericht vermeld staat. Termijnen (zoals om te reageren of bezwaar te overwegen) worden niet bepaald door het moment waarop je de brief toevallig in je bus vindt, maar door de manier waarop de verzending juridisch wordt ‘geteld’. In een periode met feestdagen, brugdagen of vertragingen bij de post kan dat verschil maken.

Deze wijziging treedt in werking op 1 juni 2026. Vanaf dan wordt de procedure eenvoudiger en goedkoper, terwijl de wet tegelijk probeert duidelijkheid te geven over de timing van de kennisgeving.


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 26/05/2026 om 07:29