In de nieuwste reeks maatregelen zitten een paar heel concrete ingrepen die het dagelijks leven net wat goedkoper, duidelijker of beter beschermd moeten maken. Denk aan bouwen en verbouwen, wat je terugbetaald krijgt in de gezondheidszorg, hoe jongeren in instellingen hun rechten kennen, toegang tot juridische hulp, strengere spelregels voor online verkoop, en twee fiscale dossiers die vooral werknemers, zelfstandigen en kmo’s kunnen raken. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen in heldere taal, met wat ze in de praktijk kunnen betekenen.
6% btw bij afbraak en heropbouw blijft langer: tot 30 juni 2025
Wie een woning afbreekt en heropbouwt, kan langer rekenen op het verlaagde btw-tarief van 6%. De overgangsregeling wordt verlengd: waar de eerdere einddatum op 31 december 2024 lag, schuift die op naar 30 juni 2025.
Dat klinkt technisch, maar het effect is eenvoudig: voor wie in die periode in aanmerking komt, kan de btw op (een deel van) de werken fors lager uitvallen dan bij het normale tarief. Dat kan het verschil maken tussen plannen opbergen of toch starten: bij grote facturen weegt btw zwaar door in het totale budget.
In de praktijk helpt dit vooral mensen die met timing worstelden: vergunningen die vertraging oplopen, aannemers die pas later kunnen starten, of projecten die door prijsstijgingen een extra duwtje nodig hebben. De verlenging geeft meer ademruimte om een dossier rond te krijgen zonder dat het voordeel meteen wegvalt.
Terugbetaling in de ziekteverzekering: de lijst met medische prestaties wijzigt
Er zijn aanpassingen aan de officiële lijst van medische prestaties die binnen de verplichte ziekteverzekering vallen. Concreet gaat het om wijzigingen in de ‘nomenclatuur’: de catalogus die bepaalt welke medische handelingen bestaan als officiële prestatie, en hoe ze worden vergoed.
Voor patiënten kan zo’n wijziging zichtbaar worden op twee manieren. Soms verdwijnt een prestatie of wordt ze anders omschreven, waardoor een consult of handeling niet meer op dezelfde manier wordt aangerekend. Soms verschuift de terugbetalingslogica: wat vroeger standaard via een bepaalde code liep, kan voortaan anders worden geregeld.
In het dagelijkse leven betekent dit dat de kostprijs voor eenzelfde zorgtraject kan veranderen, of dat zorgverleners een andere prestatie moeten gebruiken om dezelfde zorg correct te factureren. Zeker bij terugkerende behandelingen of opvolgingen kan het verschil merkbaar zijn op het moment dat het ziekenfonds tussenkomt (of net minder tussenkomt).
Jeugdinstellingen: jongeren krijgen duidelijker info over toezicht en klachten
Het toezicht op jeugdinstellingen wordt bijgestuurd door sterker te benadrukken dat kinderen en jongeren bij aankomst én tijdens hun verblijf beter geïnformeerd moeten worden over de Commissie van Toezicht en de maandcommissaris.
Dat is belangrijk omdat rechten pas echt bestaan als je ze kent. In een leefgroep, voorziening of gesloten setting is de drempel hoog om iets aan te kaarten: wie niet weet bij wie je terechtkan, zwijgt sneller. Heldere info bij de start (en niet één keer in een map) maakt het concreter: er is toezicht, er is een aanspreekpunt, en er bestaat een kanaal dat losstaat van het dagelijkse reilen en zeilen in de instelling.
De maatschappelijke impact zit in vertrouwen en transparantie. Een systeem met zichtbaar toezicht werkt niet alleen beschermend als er iets misloopt, maar kan ook preventief werken: het maakt grenzen duidelijk, voor iedereen.
Pro-Deo duidelijker betaald: puntwaarde vastgelegd op 99,47 euro
Voor juridische tweedelijnsbijstand (vaak ‘pro-Deo’ genoemd) wordt de vergoeding concreter gemaakt doordat de (geïndexeerde) puntwaarde wordt vastgelegd op 99,47 euro.
Voor het brede publiek is de kern hiervan: het gaat over de motor achter betaalbare of gratis juridische hulp. Wanneer vergoedingen duidelijk en werkbaar zijn, blijft het systeem aantrekkelijk genoeg voor advocaten om dossiers op te nemen. Dat is cruciaal voor mensen die met een conflict, dagvaarding, uithuiszetting, schuldenprobleem of familiedossier zitten en geen budget hebben voor hoge erelonen.
Dit soort maatregel bepaalt mee hoe toegankelijk recht in de praktijk is. Niet op papier, maar op het moment dat iemand snel hulp nodig heeft en er effectief iemand beschikbaar moet zijn om die bijstand op te nemen.
Strengere product- en milieuregels: ook online aanbod telt als ‘in de handel gebracht’
Er komt extra duidelijkheid en strengere afbakening in de product- en milieuregels: producten die online (of via andere vormen van verkoop op afstand) worden aangeboden, worden beschouwd als ‘in de handel gebracht’ zodra het aanbod bedoeld is voor eindgebruikers die zich in België bevinden.
Dat is een stevige verschuiving in de praktijk. Online verkoop is vaak grensoverschrijdend: een webshop kan buiten België zitten, maar wel mikken op Belgische klanten. Door het aanbod zelf te laten meetellen, wordt het moeilijker om regels te omzeilen met het argument dat het product ‘nog niet echt op de Belgische markt’ is.
Voor consumenten betekent dit potentieel meer bescherming: regels rond productveiligheid, informatie, verpakking en milieunormen krijgen meer grip op wat in webshops verschijnt. Voor webshops en platformen betekent het strikter opletten: wat je richt op België, moet ook aan Belgische verplichtingen voldoen. Dat kan leiden tot het sneller verwijderen van risicoproducten, duidelijkere productinformatie en minder ruimte voor grijze import die niet aan de normen beantwoordt.
Renteloze of goedkope lening via werkgever: fiscale regels voor ‘voordeel van alle aard’ aangepast
De regels rond ‘voordelen van alle aard’ veranderen voor situaties waarin iemand een renteloze lening krijgt, of een lening tegen een verminderde rentevoet (bijvoorbeeld via een werkgever).
In mensentaal: wie goedkoper kan lenen dan op de markt, krijgt een voordeel. De fiscus kan dat voordeel beschouwen als een extra vorm van inkomen, waarop belastingen verschuldigd zijn. Als de berekening of parameters wijzigen, kan dat de belastbare waarde verhogen of verlagen—en dus ook het nettoverschil maken tussen een ‘mooie’ personeelsvoordeel-lening en een voordeel dat minder interessant wordt.
Dit raakt vooral werknemers en bedrijfsleiders die zulke leningen gebruiken om een woning te financieren, renovaties te betalen, of een tijdelijke cashbehoefte op te vangen. Het kan ook gevolgen hebben voor werkgevers die dit als loonvoordeel aanbieden: de aantrekkelijkheid en de administratieve verwerking kunnen mee veranderen.
Investeringsaftrek: termijnen en attest-aanvragen versoepeld/aangepast
Voor de investeringsaftrek worden regels en termijnen aangepast, met onder meer extra tijd om attesten aan te vragen.
De investeringsaftrek is een fiscaal duwtje in de rug voor wie investeert in zijn zaak—denk aan zelfstandigen en kmo’s die machines, digitale tools, energiezuinige installaties of andere bedrijfsmiddelen aankopen. In de praktijk struikelt het voordeel soms niet op de investering zelf, maar op timing en bewijsstukken: te laat aangevraagd, verkeerd attest, of administratie die achterloopt.
Door termijnen bij te sturen, wordt de kans groter dat wie effectief investeert ook effectief het voordeel kan benutten. Dat geeft meer voorspelbaarheid in de boekhouding en verlaagt de ‘stress’ rond deadlines, zeker bij drukke ondernemingen waar investeringen en papierwerk niet altijd netjes in dezelfde kalender passen.
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 28/05/2026 om 13:32