Er zijn de voorbije maanden een reeks sectorale afspraken officieel van kracht geworden die vooral draaien rond twee grote thema’s: mensen langer op een haalbare manier aan het werk houden én inkomens beschermen wanneer werken (tijdelijk of definitief) moeilijker wordt. Het gaat om heel concrete maatregelen: extra steun bij vroegtijdige uitstap, een eenmalige extra premie voor zorgpersoneel, soepelere eindeloopbaanformules met compensatie, hogere bijpassing bij langdurige ziekte en automatische indexering van bepaalde aanvullende vergoedingen zodat ze mee stijgen met de levensduurte.

Extra aanvulling bij SWT op 58 jaar voor mindervalide werknemers in bosontginningen

In de sector van de bosontginningen is een regeling algemeen gemaakt die een extra aanvulling voorziet voor mindervalide werknemers die op 58 jaar in SWT stappen, op voorwaarde dat ze een loopbaan van 35 jaar hebben.

In mensentaal: wie door een beperking extra kwetsbaar is op de arbeidsmarkt en na een lange carrière vroeger uitstapt, krijgt via de sector een bijkomende financiële ‘buffer’ bovenop de gewone uitkering. Dat verkleint het verschil tussen het vroegere loon en het inkomen na uitstap. Zeker in een fysiek zware sector, waar de laatste jaren van een loopbaan vaak extra wegen, is dat een gerichte manier om te vermijden dat vroegtijdig stoppen automatisch een forse inkomensval betekent.

Belangrijk is ook de timing: de afspraken gelden binnen een duidelijke periode (met start in 2025 en einddatum in 2026). Dat maakt het een maatregel met een afgebakende looptijd, typisch voor sectorale akkoorden die later kunnen worden verlengd of aangepast.

Brussels zorgpersoneel in ambulante diensten krijgt in 2025 een extra bedrag bovenop de eindejaarstoelage

Voor een brede groep ambulante zorg- en welzijnsdiensten in Brussel is een uitzonderlijk bedrag toegekend dat in 2025 bovenop de eindejaarstoelage komt.

Concreet betekent dit: in dat jaar valt het nettoloon hoger uit rond het moment waarop normaal de eindejaarspremie wordt betaald. Het gaat om ambulante diensten (zorg en begeleiding buiten het ziekenhuis), en de afbakening is gekoppeld aan erkenning en subsidiëring in Brussel.

Waarom dit opvalt: waar loononderhandelingen vaak traag en structureel zijn, werkt een éénmalig extra bedrag als een snelle, zichtbare ondersteuning. Het is een vorm van gerichte waardering voor sectoren met hoge werkdruk en moeilijke instroom, zonder meteen een volledige loonstructuur te moeten hertekenen.

Zachte landingsbaan vanaf 58 jaar in de metaalhandel: uren of job aanpassen met maandelijkse compensatie

In de metaalhandel is een pakket rond “werkbaar werk” algemeen gemaakt, met onder meer een zachte landingsbaan: oudere werknemers kunnen hun job of uurrooster vrijwillig aanpassen (bijvoorbeeld minder uren of een lichter regime), terwijl er een maandelijkse compensatie voorzien is (tot een bepaald plafond).

De kern is eenvoudig: niet iedereen kan of wil abrupt stoppen. Tussen ‘voluit doorgaan’ en ‘definitief uitstappen’ zit een brede tussenzone. Een zachte landingsbaan maakt die overgang realistischer: minder belastende uren of taken, maar niet meteen een even grote daling van het inkomen.

Voor veel gezinnen is dat het verschil tussen “het lukt nog net” en “het wordt onhoudbaar”: de energiefactuur en boodschappen stoppen niet omdat iemand 4/5 gaat werken. Een sectorale compensatie helpt om die stap financieel verteerbaar te maken, en kan tegelijk langdurige uitval vermijden doordat mensen niet tot het uiterste moeten gaan.

Hogere aanvullende vergoeding voor oudere zieke werknemers in de metaalhandel

Voor oudere werknemers die langdurig ziek vallen in de metaalhandel is de aanvullende vergoeding verhoogd. Sinds 1 januari 2024 bedraagt die 9,83 euro per volledige ziekte-uitkering en 4,91 euro per halve ziekte-uitkering.

Dat lijkt op papier een beperkt bedrag, maar het werkt vooral als dagelijkse/periodieke bijpassing bovenop de gewone ziekte-uitkering. Voor wie lang uit is, tikt dat aan en helpt het om vaste kosten te blijven dragen: huur of lening, verzekeringen, vervoer, zorgkosten.

Het signaal is minstens even belangrijk als het bedrag: langdurige ziekte is zelden een keuze, en een kleine structurele bijpassing kan net voorkomen dat mensen in een spiraal van achterstallige betalingen belanden. In sectoren met fysiek of technisch veeleisend werk is dat een extra vangnet voor werknemers die na jaren dienst plots uitvallen.

Aanvullende werkloosheidsvergoedingen stijgen automatisch mee met de gezondheidsindex

Bepaalde aanvullende werkloosheidsvergoedingen worden automatisch aangepast aan de gezondheidsindex. In de regeling die hier algemeen is gemaakt, staat bijvoorbeeld een aanvullende werkloosheidsuitkering van 6,64 euro per dag (basisbedrag), die eerst periodiek en vervolgens jaarlijks automatisch wordt aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.

Wat betekent dat in de praktijk? Zodra de levensduurte stijgt, volgen deze bedragen mee — zonder dat er telkens opnieuw onderhandeld of beslist moet worden. Dat is belangrijk omdat aanvullende vergoedingen vaak bedoeld zijn als ‘kleine’ correcties, maar zonder indexering na enkele jaren hun waarde verliezen. Een vaste 6,64 euro per dag voelt heel anders aan in een duurder winkelmandje.

De gezondheidsindex wordt in België vaker gebruikt om inkomens aan te passen, precies om koopkracht schokken te dempen. Door automatische koppeling wordt die bescherming consistenter en voorspelbaarder voor wie op zo’n aanvulling rekent.


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 08/06/2026 om 08:02