Er schuiven de komende maanden en jaren een paar opvallende veranderingen naar voren die het dagelijkse leven concreet raken. Justitie zet een duidelijke stap richting digitale communicatie, investeerders krijgen tijdelijk meer ademruimte in de administratie rond een belangrijke fiscale aftrek, en in Rochefort wordt een waterzuiveringsproject mogelijk gemaakt via onteigening. Hieronder lees je wat er verandert, waarom het gebeurt en wat je er als burger of ondernemer van merkt.
Je eBox wordt een officieel adres voor gerechtelijke post
Tot nu toe was “gerechtelijke post” vooral iets dat je associeerde met aangetekende brieven en papier in de brievenbus. Dat kantelt: de eBox wordt aangeduid als het informaticasysteem dat geldt als het officiële “gerechtelijk elektronisch adres”. Concreet betekent dit dat gerechtelijke brieven en documenten ook digitaal via je eBox kunnen worden verstuurd en ontvangen, met waarborgen rond oorsprong, integriteit en vertrouwelijkheid.
De timing is niet toevallig. De nieuwe regels rond elektronische betekening treden in werking op 1 juni 2026. Om die digitale betekening echt te kunnen toepassen, moet de eBox tegen die datum klaarstaan als het aangewezen kanaal. Zo wordt de eBox in de praktijk een vaste digitale brievenbus voor belangrijke justitiële communicatie, naast (en steeds vaker in de plaats van) papier.
Wat merk je daarvan? Vooral dat belangrijke berichten sneller en consistenter hun weg vinden, zonder afhankelijk te zijn van openingsuren, postvertraging of het risico dat papier ergens blijft liggen. Voor burgers en ondernemingen kan dit ook betekenen: minder “verrassingen” door gemiste post, en sneller duidelijkheid wanneer een dossier evolueert. In landen die al langer sterk digitaliseren in overheidscommunicatie zie je vaak hetzelfde effect: minder wachttijd, minder dubbele verzendingen, en een duidelijker spoor van wat wanneer werd verstuurd en ontvangen—iets wat bij gerechtelijke communicatie extra zwaar doorweegt.
Tot eind 2026: investeringsaftrek met minder papierwerk (maar wél goed bewaren)
Wie investeert, kijkt niet alleen naar de aankoopprijs, maar ook naar wat fiscaal mogelijk is. Sinds 1 januari 2025 geldt voor de verhoogde (thematische) investeringsaftrek een striktere spelregel: om de aftrek te krijgen moet je normaal een officieel attest toevoegen aan je belastingaangifte.
Alleen liep de praktijk achter op de theorie. Door vertraging en onzekerheid rond de organisatie van die attestering dreigden investeringen die wél in aanmerking komen toch in de problemen te komen, puur omdat het attest niet tijdig beschikbaar is. Daarom komt er een tijdelijke “tolerantieperiode” van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026: in die periode hoef je in bepaalde gevallen het attest niet meteen bij je aangifte te voegen.
Belangrijk: dit is geen vrijgeleide om niets te doen. Het idee is: geen attest bij de aangifte, maar wél bewijzen bijhouden. Denk aan documenten die aantonen dat je investering past binnen de juiste investeringscategorie en dat je de nodige stappen hebt gezet (en, zodra het kan, ook effectief een attest aanvraagt). Het systeem verschuift dus tijdelijk van “meesturen met de aangifte” naar “ter beschikking houden voor controle”. Dat is eenvoudiger op het moment van indienen, maar vraagt discipline in je dossieropbouw.
Wat verandert er nog praktisch? De termijn waarbinnen je het attest moet aanvragen wordt verruimd zodat die ook investeringen dekt tot en met 31 december 2026. En er wordt rekening gehouden met situaties waarin iemand na 31 december 2026 nog niet meteen een attest kan voorleggen zonder dat dat door nalatigheid komt.
De kern voor ondernemers en investeerders: de overheid probeert hier een overgang van oud naar nieuw systeem werkbaar te maken. De boodschap is tegelijk duidelijk: na de overgangsperiode wordt het ontbreken van een attest wél een probleem en kan de investeringsaftrek geweigerd worden. Tijd winnen dus, maar niet uitstellen tot het laatste moment.
Rochefort: onteigening mogelijk voor de aanleg van waterzuiveringslagunes
Schoon water en degelijke zuivering vragen ruimte, en die ruimte is niet altijd vanzelf beschikbaar. In Rochefort wordt een project voor de aanleg van (een dubbele) waterzuiveringslagune als “van openbaar nut” verklaard. Daardoor krijgt de waterbeheerder de toestemming om via onteigening rechten te verwerven op betrokken gronden.
Het gaat niet alleen om eigendom. In het besluit wordt ook tijdelijke bezetting toegestaan—zodat men de werken kan uitvoeren—en er wordt een specifieke toegangs- en doorgangsservitude voorzien. Zo’n servitude is in mensentaal een vastgelegde toegangsstrook: hier wordt een doorgang van 5,21 meter breed toegestaan, nodig om het project te kunnen bouwen, bereiken en onderhouden.
Wat betekent dit voor omwonenden en eigenaars? Voor de meeste mensen in de buurt draait het om infrastructuur die je liefst onzichtbaar goed laat werken: minder vervuiling, betere waterkwaliteit, en een oplossing die op lange termijn beheerbaar is. Voor wie grond bezit in het betrokken gebied is het natuurlijk ingrijpend: onteigening en servitudes raken rechtstreeks aan eigendomsrechten. Tegelijk laat dit zien hoe waterzuivering in de praktijk soms botst met versnipperd grondbezit: om een project rond volksgezondheid en milieu rond te krijgen, moet de overheid soms knopen doorhakken.
In bredere context past dit in een trend die je in veel regio’s ziet: investeringen in water- en klimaatbestendige infrastructuur krijgen prioriteit, en procedures worden ingezet om projecten niet jarenlang te laten blokkeren door ontbrekende toegang of onduidelijke perceelsrechten.
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 25/06/2026 om 07:26