Bewegen, gezond eten, veilig omgaan met het eigen lichaam, en leren samenwerken: het zijn thema’s die elke dag meespelen in het leven van kinderen. Daarom wordt de leerstof voor lichamelijke en gezondheidsopvoeding in het 5e en 6e leerjaar nu officieel vastgelegd in één goedgekeurd programma. Zo wordt duidelijker wat scholen precies moeten aanbieden en wat leerlingen op het einde van deze jaren minimaal moeten kunnen en kennen.
Officieel programma voor L.O. en gezondheid in het 5e en 6e leerjaar (met terugwerkende start op 17/09/2025)
Er is een officieel programma goedgekeurd voor lichamelijke en gezondheidsopvoeding in het 5e en 6e leerjaar. Dat programma geldt gemeenschappelijk voor twee grote netten in de Franse Gemeenschap: het onderwijs van de steden en provincies (CECP) en Wallonie-Bruxelles Enseignement (WBE). Met andere woorden: scholen binnen die netten krijgen één duidelijke ‘kapstok’ voor wat er in deze jaren aan bod moet komen, in plaats van dat dit alleen via uiteenlopende lokale keuzes wordt ingevuld.
Belangrijk detail: de goedkeuring komt er in 2026, maar de maatregel werkt vanaf 17 september 2025. In de praktijk betekent dit dat het programma bedoeld is om het schooljaar 2025-2026 mee te sturen: scholen kunnen hun aanpak daarop afstemmen en waar nodig bijwerken, zodat leerlingen in die twee leerjaren een vergelijkbare basis meekrijgen.
Wat verandert dit voor gezinnen en leerlingen? Je merkt het niet als een “extra vak”, maar als een duidelijkere lijn in wat kinderen oefenen en leren. Lichamelijke opvoeding draait dan niet enkel om sporten of conditie, maar ook om vaardigheden die later blijven hangen: goed opwarmen en veilig bewegen, grenzen en respect in sport en spel, fair play, en routines die helpen om gezond en actief te blijven. Ook gezondheid krijgt een stevigere plek: denk aan eenvoudige, concrete gewoontes rond lichaamszorg, herstel na inspanning, en het herkennen van signalen van vermoeidheid of overbelasting.
Deze stap past in een bredere beweging om het curriculum duidelijker af te bakenen: wat moet elke leerling minimaal kennen en kunnen, ongeacht de school. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar ‘klassieke’ basisvaardigheden, maar ook naar domeinen die mee het welzijn en de ontwikkeling van kinderen ondersteunen. In die logica krijgt lichamelijke en gezondheidsopvoeding een explicietere status: niet als bijzaak, maar als onderdeel van de essentiële vorming die iedereen mee moet krijgen.
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 15/07/2026 om 08:26