De voorbije weken zijn er een reeks maatregelen vastgelegd die op het eerste gezicht technisch lijken, maar in het dagelijks leven snel voelbaar kunnen worden. Sommige afspraken richten zich op koopkracht en zorg, andere maken werk en opleiding concreter, en opnieuw andere sturen lokale veiligheid en het radiolandschap bij. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen in klare taal, met wat ze betekenen voor burgers, werknemers, werkgevers en lokale besturen.
Meer geneesmiddelen krijgen een andere terugbetalingsregeling vanaf 1 augustus 2026
Vanaf 1 augustus 2026 verandert voor een reeks geneesmiddelen de manier waarop de mutualiteit terugbetaalt. Dat klinkt administratief, maar het kan zich vertalen naar een ander bedrag aan de kassa in de apotheek: voor sommige producten betaal je mogelijk minder, voor andere kan de persoonlijke opleg veranderen.
In de praktijk werkt terugbetaling als een soort “prijsverdeler”: een deel wordt gedragen door de ziekteverzekering, een deel door de patiënt. Zodra een middel van categorie of regeling wijzigt, kan ook die verdeling wijzigen. Voor wie chronisch medicatie neemt, kan zo’n bijsturing op jaarbasis echt meetellen, zelfs als het per doosje maar om enkele euro’s gaat.
Belangrijk om te weten: dit gaat niet noodzakelijk over ‘duurder’ of ‘goedkoper’ worden van het geneesmiddel zelf, maar over hoe de kost wordt verdeeld. Artsen en apothekers krijgen doorgaans ook alternatieven in beeld (bijvoorbeeld een ander merk of een gelijkaardig middel) wanneer een keuze het verschil kan maken aan de kassa. Zo wordt prijsbewust voorschrijven en afleveren nog belangrijker, zonder dat dit de kwaliteit van de behandeling hoeft te veranderen.
Elektriciens in installatie en distributie krijgen duidelijkere spelregels rond tijdskrediet en landingsbanen
In de sector van elektriciens (installatie en distributie) is een sectorafspraak algemeen van toepassing gemaakt over tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen. Ze vervangt een eerdere afspraak uit 2025, waardoor er opnieuw één duidelijke referentie is voor werkgevers en arbeiders in de sector. Daarbij loopt de regeling in principe door, met een specifieke bepaling die afloopt eind 2027.
Concreet maakt de sectorafspraak het makkelijker om de grote lijnen te begrijpen van wat kan: extra ruimte voor tijdskrediet met een duidelijk doel (zoals zorg of opleiding), afspraken rond 1/5 loopbaanvermindering voor wie in ploegen of cycli werkt, en een kader voor landingsbanen. Zo wordt het pad naar tijdelijk minder werken (bijvoorbeeld om een opleiding te volgen of om de combinatie werk-privé haalbaar te houden) minder afhankelijk van ad-hoc interpretaties.
Een opvallend punt is dat de sector ook expliciet verwijst naar Vlaamse aanmoedigingspremies zoals zorgkrediet en opleidingskrediet voor wie aan de voorwaarden voldoet. Dat helpt om loopbaankeuzes betaalbaar te houden wanneer iemand tijdelijk minder werkt.
Uitbreiding/regeling van ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’ voor sommige oudere werknemers met een zware gezondheidscontext in het (gesubsidieerd) vrij onderwijs
Voor het (gesubsidieerd) vrij onderwijs in Vlaanderen is een sectorafspraak algemeen van toepassing gemaakt die het stelsel ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’ regelt voor sommige oudere werknemers met een handicap of ernstige lichamelijke problemen wanneer zij worden ontslagen. Dat is relevant voor mensen die door gezondheid of beperking minder vlot opnieuw werk vinden: het kader biedt meer voorspelbaarheid over welke regeling kan gelden als de loopbaan abrupt wordt onderbroken.
Dit stelsel is historisch gegroeid als een “zachtere landing” richting pensioen voor specifieke groepen, met voorwaarden die sterk afhankelijk zijn van leeftijd, loopbaan en omstandigheden. Door dit via een sectorafspraak te bevestigen voor bepaalde situaties in het vrij onderwijs, krijgen scholen en werknemers een concreter draaiboek om op terug te vallen.
Voor het brede publiek is dit vooral belangrijk omdat het in een sector met maatschappelijke kerntaken (onderwijs) mee bepaalt hoe menselijk en haalbaar ontslagscenario’s worden voor wie al kwetsbaar staat op de arbeidsmarkt. Het gaat niet over een automatische uitstap voor iedereen, maar over gerichte bescherming voor een specifieke groep, onder duidelijke sectorregels.
Papier- en kartonbedrijven moeten opleiding planmatiger aanpakken via een sectorakkoord
In de papier- en kartonbewerking is een collectieve afspraak over vorming en een vormingsplan algemeen van toepassing gemaakt. Met andere woorden: opleiding wordt minder vrijblijvend en meer een vast onderdeel van hoe bedrijven hun mensen ontwikkelen.
De sector koppelt dit ook aan het idee van opleidingsplannen zoals dat de voorbije jaren breder in België is versterkt: niet alleen “af en toe een cursus”, maar gestructureerd nadenken over welke vaardigheden nodig zijn, wanneer opleidingen plaatsvinden en hoe dat opgevolgd wordt. Dat is belangrijk in een sector waar veiligheid, techniek en digitalisering (van onderhoud tot productieplanning) sterk doorwegen.
Concreet zie je dat terug in een uitgewerkt sjabloon voor een opleidingsplan: bedrijven leggen vast welke domeinen ze aanpakken (zoals veiligheid, logistiek, onderhoud, ICT/digitale vaardigheden en werkbaar werk). Dat maakt opleiding tastbaar, en het verhoogt de kans dat werknemers effectief kansen krijgen om door te groeien of mee te blijven met nieuwe machines en processen.
Vlaanderen stuurt erkenningen en de overgang van FM naar DAB+ bij: wat dat kan betekenen voor je radio
Vlaanderen past de regels aan rond erkenningen van radio-omroeporganisaties en de overgang van FM naar DAB+. Een belangrijk element is dat landelijke radio-erkenningen die sinds begin 2023 voor vijf jaar lopen, in bepaalde gevallen met maximaal drie jaar kunnen worden verlengd. Daarbij wordt expliciet rekening gehouden met de afschaffing van FM-uitzendingen.
Daarnaast worden sommige erkenningen voor netwerk- en lokale radio’s die dreigen af te lopen vóór eind 2027 verlengd tot en met 31 december 2027. En voor radio’s die nog langer erkend blijven, wordt het principe van “gereserveerde capaciteit” via DAB+ vastgelegd: ze krijgen ruimte op digitale frequentieblokken om hun programma te verspreiden.
Wat merk je als luisteraar? Vooral meer stabiliteit in het aanbod tijdens de omschakeling: minder plotse verdwijningen, meer focus op digitale verspreiding, en een duidelijker tijdspad richting een radiolandschap waarin DAB+ een hoofdrol speelt. Ook wordt een noodoplossing voorzien als een netwerkoperator onverwacht stopt: dan kan tijdelijk een licentie worden toegekend zodat uitzendingen niet abrupt stilvallen. Dat soort vangnetten beschermen luisteraars tegen “zwarte gaten” in de ether, zeker in een periode waarin veel tegelijk verandert.
Gemeenten krijgen een vaste sectorlijst om extra lokale politieregels te kunnen inzetten tegen ondermijnende criminaliteit
Gemeenten krijgen een duidelijker kader om – na een lokale risicoanalyse – extra politieregels te kunnen opleggen aan bepaalde economische sectoren en activiteiten, met het oog op de aanpak van ondermijnende (destabiliserende) criminaliteit. Het uitgangspunt is: niet elke sector vraagt dezelfde waakzaamheid, en lokale besturen moeten kunnen focussen op waar de risico’s op misbruik of infiltratie het grootst zijn.
De essentie is dat er een vastgelegde lijst van sectoren/activiteiten bestaat waarbinnen een gemeente haar politieverordening kan opbouwen. Daarna is het aan het gemeentebestuur om, op basis van een analyse van de lokale situatie, te bepalen wat nodig en proportioneel is. Dat maakt het instrument gerichter: geen algemene “one size fits all”-regels, maar maatregelen die aansluiten bij echte lokale signalen.
Voor burgers kan dit zichtbaar worden in strengere voorwaarden of controles in bepaalde sectoren in hun gemeente, bijvoorbeeld rond vergunningen, transparantie of toezicht. Voor bonafide ondernemers is het voordeel dat de spelregels duidelijker worden en dat malafide concurrentie moeilijker voet aan de grond krijgt.
Fedasil financiert pilootprojecten ‘Opvang en Oriëntatie’ voor mensen zonder wettig verblijf in meerdere steden
Voor de periode van 1 juli 2026 tot 31 december 2026 kent het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasil) subsidies toe aan pilootprojecten ‘Opvang en Oriëntatie’ voor mensen zonder wettig verblijf. Het gaat om concrete bedragen voor Brussel (OCMW 1000 Brussel), Gent, Antwerpen en Brugge.
Wat is het idee van zulke pilootprojecten? In plaats van mensen volledig uit het zicht te laten verdwijnen, wordt er lokaal capaciteit opgebouwd om hen op een georganiseerde manier op te vangen en te oriënteren. Dat kan gaan van eerste hulp en doorverwijzing tot het helder krijgen van iemands situatie en mogelijkheden. Zulke aanpak kan ook druk wegnemen op andere diensten (zoals spoedzorg of lokale noodopvang), omdat er een vaste structuur ontstaat.
De subsidies komen met afspraken over gebruik, opvolging, controle en evaluatie via een overeenkomst met de begunstigden. Daardoor is het geen blanco cheque, maar een projectmatige aanpak die meetbaar moet maken wat werkt en wat niet.
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 20/07/2026 om 09:29