Twee recente wijzigingen in de justitie raken aan iets heel concreets: hoe snel een beslissing definitief wordt, en hoe je in crisismomenten basisveiligheid blijft garanderen. Enerzijds wordt de procedure rond het Europees aanhoudingsbevel strakker en finaler, zodat dossiers sneller afgerond worden. Anderzijds komt er een extra veiligheidsnet voor gevangenissen bij korte stakingen, om minimale dienstverlening en veiligheid beter te verzekeren.
Europees aanhoudingsbevel: sneller klaar, en geen cassatieberoep meer over het beroep
Wie in België wordt aangehouden op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) zit in een procedure die per definitie draait om tijd: andere lidstaten willen snel duidelijkheid of iemand wordt overgeleverd.
De nieuwe aanpak maakt die duidelijkheid ook écht definitief. Zodra er een beslissing is genomen over het beroep in de EAB-procedure, kan daartegen geen cassatieberoep meer worden ingesteld. De boodschap is: geen extra ronde meer bij het Hof van Cassatie over die beroepsbeslissing; na het beroep is de procedure op dat punt afgerond.
Dat hangt samen met een tweede belangrijke verandering: de wet legt scherp vast dat de definitieve beslissing over de uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel binnen zestig dagen na de aanhouding van de gezochte persoon moet vallen (voor overlevering op basis van de betrokken artikelen). Daarmee wordt de tijdslijn strakker en voorspelbaarder.
Wat betekent dit in de praktijk? Voor de gezochte persoon is er sneller duidelijkheid over de uitkomst, maar ook minder ruimte voor een extra juridische vertraging via cassatie. Voor slachtoffers, onderzoekers en rechtbanken is het voordeel dat internationale dossiers minder blijven hangen in procedurestappen. En voor de samenwerking tussen Europese landen is dit een signaal dat België inzet op vlottere, meer uniforme afhandeling van overleveringen binnen de EU, vergelijkbaar met de bredere Europese trend om EAB-procedures efficiënt en tijdgebonden te houden.
Gevangenissen: ook bij stakingen tot 2 dagen kan personeel worden opgevorderd voor minimumdienst en veiligheid
Stakingen in gevangenissen leggen meteen een pijnpunt bloot: als te weinig mensen komen werken, komen basiszaken onder druk te staan. Denk aan maaltijden, medische zorg, toezicht, bezoekregelingen en vooral: veiligheid binnen én buiten de muren.
België had al regels om tijdens stakingen een minimale dienstverlening te waarborgen. Daarbij hoort ook een noodmechanisme: als er te weinig personeelsleden beschikbaar zijn, kan personeel worden opgevorderd via de provinciegouverneur. Alleen gold dat mechanisme oorspronkelijk enkel bij stakingen van méér dan twee dagen.
Nu wordt dat uitgebreid: ook bij stakingen die twee dagen niet overschrijden kan die opvordering mogelijk worden gemaakt, precies om te vermijden dat korte stakingen toch tot een acute veiligheids- of humanitaire crisis leiden. De reden is concreet: evaluaties toonden dat bij kortdurende stakingen de minimale bezetting niet altijd gehaald wordt, waardoor de minimumdienst in de praktijk onder druk komt.
De impact is duidelijk. Voor gedetineerden betekent dit meer kans dat essentiële zorg en basisveiligheid ook tijdens korte sociale acties overeind blijft. Voor het personeel en de gevangenisdirecties geeft het een duidelijker draaiboek om het ‘absolute minimum’ te garanderen wanneer vrijwillige bezetting tekortschiet. En voor de samenleving draait het om risicoverlaging: als interne veiligheid in gevangenissen wankelt, heeft dat altijd een mogelijke weerslag op incidenten, noodinterventies en algemene openbare veiligheid.
Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.
Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.
Gegenereerd op: 23/07/2026 om 08:40