De voorbije tijd is er in verschillende sectoren gewerkt aan heel concrete maatregelen die het leven van werknemers nét wat haalbaarder maken: een financieel duwtje in de rug bij moederschapsverlof, een extra jaarlijks sociaal voordeel en duidelijkere regels om vanaf 55 jaar minder te werken met ondersteuning. Het gaat vaak om sectorafspraken die algemeen gelden binnen een paritair comité, waardoor de impact voor duizenden mensen meteen voelbaar kan zijn in hun loonbrief of in de manier waarop ze hun loopbaan kunnen afbouwen.

Extra vergoeding per dag moederschapsverlof in huiden en leder

Wie als arbeidster in de sector huiden en leder met moederschapsverlof gaat, krijgt bovenop de uitkering van het ziekenfonds een extra sectorale aanvulling. Concreet gaat het om een aanvullende uitkering per dag moederschapsverlof, op voorwaarde dat er effectief recht is op de moederschapsuitkeringen én dat men bij de start van het verlof in dienst is van de werkgever. Ook bij omgezet moederschapsverlof (bij overlijden van de moeder) kan die tussenkomst gelden.

Het bedrag is vastgelegd op 15,9765 euro per moederschapsverlofdag (basisbedrag) en evolueert mee met de index. In de praktijk betekent dit dat elke verlofdag niet alleen “gedekt” is via de sociale zekerheid, maar ook nog een extra sectorale aanvulling krijgt die het inkomensverlies verzacht—handig op het moment dat er vaak extra kosten zijn (babyspullen, opvang die later opstart, administratieve regelingen).

De uitbetaling gebeurt maandelijks via de werkgever op de gebruikelijke betaaldag, waarna het sectorfonds die bedragen terugbetaalt aan de werkgever. Voor werknemers voelt het dus aan als een automatische aanvulling zonder extra loketten of ingewikkelde stappen op het einde van de maand.

Landingsbaan vanaf 55 jaar in de zeevisserij bij lange loopbaan of zwaar beroep

In de zeevisserij wordt de toegang tot een landingsbaan met uitkeringen versoepeld: de leeftijdsgrens wordt voor een bepaalde periode op 55 jaar gebracht voor wie een lange loopbaan heeft of zwaar werk deed. Dat is belangrijk in een sector waar werk vaak fysiek en onregelmatig is, en waar “volhouden tot het einde” voor veel mensen meer vraagt dan enkel motivatie.

Een landingsbaan betekent dat iemand zijn werkritme kan terugschroeven (bijvoorbeeld halftijds of 1/5 minder werken) en daarbij een uitkering kan krijgen. Het idee is eenvoudig: minder uren kloppen, maar toch een vangnet hebben zodat de overstap naar een lichtere eindfase van de loopbaan financieel haalbaar blijft.

Deze maatregel sluit aan bij het bredere interprofessionele kader rond landingsbanen, maar is hier sectorgericht bevestigd, zodat werknemers in de zeevisserij voor de betrokken periode duidelijk weten waar ze aan toe zijn wanneer ze hun werk willen afbouwen.

Vanaf 55 jaar minder werken in de verzekeringssector, mét maandelijkse extra vergoeding

Ook in de verzekeringssector wordt de landingsbaan vanaf 55 jaar mogelijk gemaakt voor wie aan de voorwaarden van lange loopbaan of zwaar beroep voldoet. Het praktische voordeel: wie bijvoorbeeld kiest voor 1/5 minder werken vanaf 55 jaar, krijgt niet alleen de ondersteuning via het systeem van landingsbanen, maar daarbovenop komt er een sectorale maandelijkse extra vergoeding.

Die aanvullende vergoeding bedraagt 92,45 euro per maand (bedrag 2026) en volgt de indexering en de sectorale toekenningsregels. Dat lijkt misschien geen gigantisch bedrag, maar het is precies het soort “brugbedrag” dat het verschil kan maken tussen twijfelen en effectief de stap zetten: een dag minder werken per week betekent tijd winnen voor mantelzorg, herstel, opleiding of gewoon een gezonder ritme—zonder dat het netto-inkomen meteen te hard terugvalt.

In vergelijking met landen waar afbouwen richting pensioen vaak volledig individueel moet worden gefinancierd, blijft hier het typisch Belgische model overeind: een combinatie van sociale zekerheid en sectorale afspraken die de laatste loopbaanjaren werkbaar moeten houden.

Textielsector: duidelijke spelregels voor landingsbanen in 2026-2027

In de textielsector worden de regels rond landingsbanen expliciet vastgelegd voor de periode 2026-2027. Dat geeft werknemers én werkgevers voorspelbaarheid: wie plannen maakt om vanaf 55 jaar minder te werken, weet op voorhand dat de sector hiervoor een kader heeft in die jaren.

In de praktijk gaat het over het kunnen verminderen van prestaties, typisch via halftijds werken of 1/5 vermindering (een dag of twee halve dagen per week minder). Dat is geen detail in een sector waar ploegen, repetitieve taken en fysieke belasting vaak samenkomen. Een landingsbaan kan er net voor zorgen dat ervaring langer aan boord blijft, omdat mensen niet moeten kiezen tussen “alles blijven doen” of “volledig stoppen”.

Belangrijk is ook de timing: het kader geldt voor periodes van werkvermindering waarvan de start of verlenging binnen de geldigheidsduur valt. Daardoor kunnen werknemers hun overgang stap voor stap plannen, in plaats van alles in één keer te moeten beslissen.

Extra werkgeversbijdrage in de jute-zakkensector: meer middelen voor sociale voordelen

In de sector van het vervaardigen en verhandelen van zakken in jute (of vervangingsmaterialen) wordt de werkgeversbijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid vastgelegd voor 2025 en 2026. Concreet gaat het om een jaarlijkse bijdrage van 0,20% op het volledige loon van werknemers.

Zo’n fonds voor bestaanszekerheid is in mensentaal een sectorpot die sociale voordelen kan helpen financieren: denk aan aanvullende vergoedingen, tijdelijke steunmaatregelen of sectorale tegemoetkomingen die bovenop de klassieke sociale zekerheid komen. Door de bijdrage duidelijk te bepalen, wordt ook de financiering voorspelbaar: werkgevers weten welke kost eraan hangt, en de sector kan met meer zekerheid plannen welke voordelen betaalbaar blijven.

Het effect is meestal niet één zichtbare “maatregel” op één dag, maar eerder een stabielere basis waardoor sectorale afspraken niet bij elk economisch schokje meteen onder druk komen te staan.

Jaarlijks sociaal voordeel in huiden en leder (vakbondslidmaatschap als sleutel)

Naast de extra aanvulling bij moederschapsverlof komt er in de huiden- en ledersector ook een jaarlijks ‘sociaal voordeel’. Het wordt toegekend aan rechthebbenden die op 30 september van het sociaal dienstjaar (dat loopt van 1 oktober tot 30 september) tegelijk én minstens twaalf maanden lang aan twee voorwaarden voldoen: lid zijn van een representatieve werknemersorganisatie (vakbond) én verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst in de sector (of in het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag zitten).

Het bedrag is vastgelegd op 145 euro per jaar, wat neerkomt op 12,08 euro per maand wanneer het in twaalfden wordt bekeken. In de praktijk lijkt dit op wat veel mensen kennen als een “vakbondspremie”: een relatief beperkt bedrag, maar wel een concrete jaarlijkse terugverdieneffect voor wie aangesloten is en aan de voorwaarden voldoet. Het is ook een herkenbaar mechanisme binnen België: sectorfondsen die via attesten en afspraken met werknemersorganisaties zorgen voor een jaarlijkse uitbetaling.

Administratief wordt het gestroomlijnd: het sectorfonds bezorgt attesten aan werkgevers, werkgevers vullen ze in en bezorgen ze aan het personeel, waarna de uitbetaling gebeurt volgens de afspraken binnen het beheer van het fonds. Het resultaat is een jaarlijks moment waarop een sector ook symbolisch laat zien: lidmaatschap en loopbaan in de sector worden tastbaar gewaardeerd.


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 27/07/2026 om 10:03