De laatste wijzigingen brengen vooral duidelijkheid op twee terreinen die veel mensen rechtstreeks raken: (1) hoe je je loopbaan tijdelijk kan “afremmen” via tijdskrediet of een landingsbaan, en (2) hoe veiligheid in en rond belangrijke havens concreet wordt afgebakend. Het resultaat is minder interpretatie en meer vaste spelregels: werknemers weten beter waar ze recht op hebben, werkgevers weten beter waar ze rekening mee moeten houden, en havens krijgen scherpere grenzen voor beveiligingsmaatregelen.

Non-ferrosector: tijdskrediet en landingsbanen worden steviger vastgelegd

In de non-ferrosector (metalen buiten ijzer en staal) worden afspraken over tijdskrediet en landingsbanen algemeen van toepassing gemaakt. Dat betekent dat de spelregels niet enkel “op papier” bestaan voor wie in een bepaald bedrijf toevallig een sterke interne regeling heeft, maar als sectorafspraak breder doorwerken.

Concreet draait het om twee grote momenten in een loopbaan. Eerst is er tijdskrediet: tijdelijk minder of niet werken om bijvoorbeeld zorg op te nemen of opleiding te volgen. Daarna, richting het einde van de loopbaan, zijn er de landingsbanen: een regeling waarbij je minder kan gaan werken terwijl je de overgang naar pensioen haalbaar houdt. De sector legt daarmee een kader vast dat werknemers meer voorspelbaarheid geeft: minder afhankelijk van ad-hoc oplossingen en meer houvast in planning.

In de praktijk kan dit het verschil maken tussen “het lukt nét” en “het lukt niet”. Denk aan een werknemer die enkele maanden of langer ruimte nodig heeft om een zorgsituatie thuis te organiseren, of iemand die richting 55+ merkt dat voltijds werken fysiek of mentaal zwaar wordt. Met een landingsbaan wordt ‘gas terugnemen’ een georganiseerde stap, eerder dan een noodoplossing met financiële of administratieve onzekerheid.

Ook voor bedrijven is het effect dubbel: ze krijgen een duidelijker kader om afwezigheden en verminderingen te organiseren, en tegelijk een stimulans om kennisoverdracht beter te plannen (bijvoorbeeld door oudere werknemers geleidelijk minder te laten werken en junioren in te werken).

Vlaanderen: aanmoedigingspremies in de non-ferrosector blijven mogelijk tot eind 2027

Voor arbeiders en bedienden in de non-ferrosector die in het Vlaamse Gewest werken, wordt bevestigd dat ze tot en met 31 december 2027 gebruik kunnen blijven maken van aanmoedigingspremies voor zorgkrediet en opleidingskrediet, én van premies bij herstructurering of moeilijkheden in het bedrijf.

Dit is belangrijk omdat tijdskrediet of opleiding vaak niet alleen een kwestie is van “mogen”, maar vooral van “kunnen betalen”. Minder werken of tijdelijk stoppen kan financieel zwaar doorwegen. Een premie kan dan net het duwtje geven waardoor iemand wél een opleiding afmaakt, of de zorg voor een familielid combineerbaar maakt met werk.

De verlenging tot eind 2027 geeft ademruimte en voorspelbaarheid. Werknemers kunnen hun plannen (opleidingstraject, zorgperiode, of een overgangsperiode in onzekere bedrijfscontext) beter timen. Werkgevers weten tegelijk dat er gedurende die periode een stabiel Vlaams ondersteuningskader blijft bestaan, wat personeelsbeleid minder grillig maakt.

In vergelijking met landen waar loopbaanonderbreking vooral individueel en zonder extra ondersteuning wordt georganiseerd, is dit een typisch voorbeeld van het Belgische model: werken combineren met zorg of opleiding wordt niet enkel toegestaan, maar ook actief “werkbaar” gemaakt met financiële prikkels.

Papier- en recyclagesector: duidelijkere regels voor landingsbanen richting pensioen

In de papier- en recyclagesector worden de regels rond landingsbanen verder vastgelegd. Het doel is helderheid over hoe eindeloopbaanmaatregelen in de praktijk toegepast worden, zodat werknemers die richting pensioen gaan beter weten waar ze aan toe zijn.

Voor veel jobs in productie- en recyclageomgevingen speelt belastbaarheid een grote rol: fysiek zwaardere taken, onregelmatige uurroosters of werken in ploegsystemen kunnen op termijn wegen. Landingsbanen zijn dan een manier om de laatste loopbaanjaren haalbaar te houden, zonder dat iemand abrupt moet stoppen.

Duidelijkere afspraken verminderen het risico op willekeur of verschillen tussen bedrijven. Dat helpt werknemers om tijdig keuzes te maken: wanneer minder gaan werken, hoe de overgang te plannen, en wat dit betekent voor inkomen en werkorganisatie. Tegelijk krijgen ondernemingen een concreter kader om roosters, vervanging en kennisoverdracht te organiseren.

Het grotere plaatje is dat eindeloopbaanbeleid steeds vaker gebruikt wordt om mensen langer “gezond aan het werk” te houden: niet door harder te duwen, maar door slimmer af te bouwen.

Marmergroeven en -zagerijen: rechten op landingsbaan-uitkeringen vanaf 55 jaar

In de sector van marmergroeven en -zagerijen wordt een afspraak algemeen verplicht gemaakt over het recht op uitkeringen bij een landingsbaan vanaf 55 jaar. Dat is een duidelijke keuze: wie vanaf 55 minder wil gaan werken via een landingsbaan, krijgt daarmee een stevigere basis om die stap financieel te ondersteunen.

Voor werknemers in sectoren met fysiek belastend werk is dit geen luxe. De laatste tien werkjaren kunnen het zwaarst worden, net omdat het lichaam minder snel herstelt. Een landingsbaan kan dan betekenen: minder uren, meer herstel, en langer inzetbaar blijven zonder uitval. Met het recht op uitkeringen wordt de drempel lager om effectief die overstap te maken.

Dit werkt ook als preventie: in plaats van wachten tot iemand volledig uitvalt (met langdurige afwezigheid of een definitieve stop), stimuleert het systeem een geleidelijke afbouw. Voor bedrijven kan dat leiden tot minder onverwachte uitval en meer planbaarheid in teams.

In de praktijk kan dit bijvoorbeeld betekenen dat een ervaren vakman nog enkele dagen per week blijft meedraaien, terwijl hij tegelijk tijd vrijmaakt voor rust of medische opvolging. Zo blijft expertise beschikbaar, maar wordt de belasting realistischer.

Technisch personeel (rijks PMS-centra en inspectiediensten): verlof en vakantie vaker beslist door de ‘inrichtende macht’

Voor het technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, rijksvormingscentra en inspectiediensten verschuift de beslissingslijn bij vakantie en verlof: waar vroeger “de minister of zijn afgevaardigde” expliciet genoemd werd, komt de beslissing meer te liggen bij de ‘inrichtende macht’ (of haar afgevaardigde).

Voor werknemers is dit vooral een wijziging in de route die een aanvraag aflegt. Het dagelijkse effect zit in procedure en snelheid: beslissingen kunnen dichter bij de organisatie komen te liggen in plaats van hoger en verder weg. Dat kan administratief praktischer zijn, omdat dezelfde instantie die het werk organiseert ook beter zicht heeft op bezetting, piekperiodes en continuïteit.

Tegelijk verandert het gevoel van ‘waar moet ik zijn met mijn dossier’. Bij verlof draait het niet enkel om een kalender, maar ook om voorspelbaarheid. Als de beslisser duidelijker aangeduid is, daalt de kans op heen-en-weer tussen diensten. In een omgeving waar teams vaak met vaste opdrachten en vertrouwelijke werking zitten, is die helderheid meer dan administratie: ze bepaalt hoe soepel werk en privé op elkaar afgestemd raken.

Dit soort verschuiving past in een bredere trend: minder centrale besluitvorming en meer beslissingen op het niveau waar planning en verantwoordelijkheid samenkomen.

Langdurige familiale afwezigheden: toestemming wordt strakker gekoppeld aan dezelfde beslisser

Voor datzelfde technisch personeel worden ook de regels rond langdurige afwezigheden om familiale redenen aangescherpt in de zin dat de toestemming explicieter bij de ‘inrichtende macht’ (of haar afgevaardigde) wordt gelegd. Bovendien wordt het idee van “met de toestemming van de inrichtende macht” nadrukkelijker in de procedure verankerd.

In de praktijk betekent dit dat familiale afwezigheden minder een losse afspraak zijn en meer een formele beslissing met een duidelijk bevoegd gezag. Dat kan twee effecten hebben. Enerzijds brengt het zekerheid: wie een correcte aanvraag indient, weet beter welke instantie finaal beslist. Anderzijds kan het de lat hoger leggen voor de administratieve opvolging: dossiers moeten vollediger en correcter zijn, omdat de toestemming formeler verankerd is.

Voor werknemers die in een moeilijke periode zitten—bijvoorbeeld langdurige zorg voor een gezinslid—maakt het uit of een regeling soepel en voorspelbaar werkt. Het doel van een strakkere procedure is meestal niet om zorg onmogelijk te maken, maar om beslissingen consistent te laten verlopen, met een duidelijke verantwoordelijke.

Ook voor collega’s en teams is dit relevant: langdurige afwezigheid heeft impact op planning en werkverdeling. Een heldere beslissingslijn kan helpen om sneller te schakelen naar vervanging of herorganisatie, zodat de druk niet stilzwijgend bij het team terechtkomt.

Havenveiligheid: Oostende en Zeebrugge krijgen scherp afgebakende beveiligingsgrenzen

Voor de toepassing van havenbeveiliging worden de coördinaten en grenzen van havens vastgelegd, onder meer voor de haven van Antwerpen–Zeebrugge (platform Zeebrugge) en in dezelfde beweging ook voor andere havens. Dat klinkt technisch, maar het effect is heel concreet: een beveiligingszone is pas echt uitvoerbaar als iedereen weet waar die begint en eindigt.

Voor wie in of rond de haven werkt—denk aan havenarbeiders, transporteurs, toeleveranciers en aannemers—kan een duidelijk afgebakende zone indirect gevolgen hebben. Toegangsregels, controles, identificatie en circulatieplannen hangen vaak samen met de grenzen van het beveiligde gebied. Als die grenzen strakker vastliggen, wordt ook de handhaving consistenter.

Daarnaast helpt het bij samenwerking tussen diensten: havenautoriteiten, veiligheidsdiensten en bedrijven kunnen maatregelen beter op elkaar afstemmen wanneer de perimeter niet vatbaar is voor interpretatie. Het resultaat is doorgaans minder discussie in de praktijk en een hogere voorspelbaarheid bij controles en procedures.

In het grotere kader van internationale scheepvaart en logistiek is dat niet onbelangrijk: havens zijn knooppunten waar veiligheid, economie en mobiliteit samenkomen. Heldere afbakening is dan een basisvoorwaarde om zowel vlot als veilig te kunnen werken.


Deze analyse is automatisch gegenereerd op basis van het meest recente Belgisch Staatsblad. De geselecteerde onderwerpen zijn gekozen op basis van hun verwachte impact op het dagelijks leven van Belgische burgers.

Belangrijk: Dit artikel bevat een samenvatting en interpretatie. Raadpleeg altijd de officiele teksten in het Belgisch Staatsblad voor de volledige en bindende informatie.

Gegenereerd op: 29/07/2026 om 14:25